Aanschaf maaltijden via betaalkaart van werkgever

Voor maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter geldt op basis van art. 31a, tweede lid, onderdeel b, Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) een gerichte vrijstelling. Voor maaltijden die dit karakter niet hebben maar op de werkplek worden gebruikt of verbruikt, geldt een bijzondere waardering d.w.z. een lager waarde dan de waarde in het economisch verkeer of factuurwaarde. Deze waarde is € 4,05 (2026), zo is in art. 3.8, onderdeel a, Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (URLB) bepaald.

Op 16 februari 2026 heeft de Kennisgroep loonheffing algemeen een standpunt ingenomen over de betaling van een maaltijd met een betaalkaart waarbij een maximumbedrag rechtstreeks van de rekening van de werkgever wordt afgeschreven.

De vraag is onder meer of bij de aankoop van een maaltijd in de bedrijfskantine met een betaalkaart van de werkgever sprake is van een verstrekking van een maaltijd op de werkplek waarvoor de bijzondere waardering geldt. De Kennisgroep gaat in op de vraag hoe de betaling met een betaalkaart van de werkgever moet worden gekwalificeerd.

Loon in geld of loon in natura

Op basis van de jurisprudentie komt de Kennisgroep tot het oordeel dat voor de beoordeling of sprake is van loon in geld of loon in natura met name van belang is op wie juridisch de betalingsverplichting rust. Het is dus niet beslissend wie het verschuldigde bedrag daadwerkelijk betaalt. Als de werknemer bij een derde voor eigen rekening een verplichting aangaat en de werkgever deze rekening rechtstreeks betaalt aan de derde, is sprake van loon in geld.

Een kenmerk van loon in natura is dat de werkgever de aard, kwaliteit en hoeveelheid van het goed of dienst bepaalt, zoals bij de verstrekking van een waardebon (welke winkel, welk bedrag).

Karakter van een betaalkaart

De betaling met de betaalkaart is volgens de Kennisgroep geen verstrekking of terbeschikkingstelling van een goed of een dienst door de werkgever. De betaalkaart fungeert slechts als betaalmiddel, vergelijkbaar met een creditcard van de werkgever (tot een bepaalde limiet). Bovendien bepaalt de werknemer zelf of, en wat hij bestelt, niet de werkgever. Een betaling met de betaalkaart kwalificeert daarom -onder deze feiten en omstandigheden- volgens de Kennisgroep niet als loon in natura. Van een verstrekking van een maaltijd kan dus geen sprake zijn waardoor het maaltijdforfait van art. 3.8, onderdeel a, URLB niet van toepassing is.

De betaalkaart vormt -onder deze feiten en omstandigheden- volgens de Kennisgroep  ook geen ‘loon in de vorm van een recht’. De betaalkaart is immers geen recht dat inhoudelijk volledig is bepaald en onvoorwaardelijk is. Hierin verschilt de onderhavige betaalkaart met een waardebon, zoals een cadeaubon. Er is in casu sprake van ‘recht op loon’ (en geen ‘loon in de vorm van een recht’).

Kortom, de betaling met de betaalkaart kwalificeert als een vergoeding en daarmee als loon in geld t De bijzondere waardering van een maaltijd op de werkplek mist toepassing.

Heb je vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via