Eerder hebben we bericht over een pakket maatregelen dat het kabinet heeft aangekondigd vanwege de -door de situatie in het Midden-Oosten- gestegen energieprijzen. De fiscale maatregelen uit dat pakket worden opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2027 dat op Prinsjesdag 2026 bij de Tweede Kamer wordt ingediend.
Het kabinet vindt het echter wenselijk dat een aantal fiscale maatregelen eerder ingaat. Daartoe zijn in een besluit dat op 21 mei 2026 in de Staatscourant is gepubliceerd voor een aantal fiscale maatregelen goedkeuringen vooruitlopend op wetgeving opgenomen. Het besluit bevat voor de volgende maatregelen goedkeuringen vooruitlopend op een wijziging van wetgeving:
- structureel en met terugwerkende kracht verhogen gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding;
- structureel en met terugwerkende kracht verhogen aftrekbare reiskosten IB-ondernemers en resultaatgenieters en andere forfaitaire aftrekbedragen in Wet IB 2001;
- tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting bestelauto’s voor btw-ondernemers;
- tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s.
Vooruitlopend op een wijziging van wetgeving keurt de Staatssecretaris van Financiën dus goed dat een werkgever structureel en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026, aan werknemers een gericht vrijgestelde vergoeding voor vervoer in het kader van de dienstbetrekking, inclusief woon-werkverkeer, kan verstrekken van maximaal € 0,25 per kilometer in plaats van € 0,23 per kilometer. Deze goedkeuring geldt ook voor situaties waarin vergoedingen van reiskosten wordt gesaldeerd.
Wanneer over loontijdvakken in 2026 loonheffingen zijn afgedragen wegens overschrijding van de gerichte vrijgestelde vergoeding van € 0,23 dan mogen er correctieberichten worden ingediend om de verhoogde gericht vrijgestelde reiskostenvergoeding te effectueren.
Met deze goedkeuring hangt samen de goedkeuring om structureel en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026 ter zake van regelingen in de inkomstenbelasting ook een aftrek van reiskosten toe te staan van € 0,25 in plaats van € 0,23. Denk aan de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de giftenaftrek.
De verhoging van de gericht vrijgestelde kilometervergoeding betekent dat er acties moet worden opgepakt. We denken hierbij aan:
- Vaststellen of er in de loontijdvakken van het lopende kalenderjaar belaste reiskostenvergoedingen zijn uitbetaald. Zo ja, dan kan er een correctiebericht worden ingediend zodat loonheffingen worden terugontvangen.
- Vaststellen wat in de reiskostenregelingen is vastgelegd over de hoogte van de vergoeding: aansluiting bij de gericht vrijgestelde vergoeding of een vast bedrag?
- Bespreken of een verhoging van de vergoeding voor dienstreizen en/of woon-werkverkeer gewenst is en zo ja, per wanneer?
- Heeft er saldering plaatsgevonden in de loontijdvakken van het lopende kalenderjaar? Nagaan of dat met terugwerkende kracht kan op basis van de verhoogde vrijstelling.
- Is er een uitruil met als doel een aanvullende reiskostenvergoeding? Nagaan of dat met terugwerkende kracht kan op basis van de verhoogde vrijstelling.
Dit is een aantal acties dat opgepakt moet worden. Afhankelijk van de arbeidsvoorwaardelijke afspraken kunnen er meer acties nodig zijn!
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of wil je hierover in gesprek? Neem dan contact met ons op .
