Antwoorden op Kamervragen over Fiscale Beleids- en Uitvoeringsagenda 2025

Staatssecretaris Van Oostenbruggen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) heeft op 11 juni 2025 antwoorden over de Fiscale Beleids- en Uitvoeringsagenda 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. De antwoorden hebben betrekking op vragen die vanuit de vaste commissie voor Financiën zijn gesteld.

Regeling voor medewerkersparticipaties

Van de 48 gestelde vragen gaan er bijvoorbeeld enkele over de voorgestelde regeling voor medewerkersparticipaties (vraag 38, 39 en 40). De voorgestelde regeling biedt werknemers van innovatieve startups en scale-ups een lagere loonheffing op hun inkomen uit aandelenopties. De staatssecretaris merkt op dat met het voorstel de hoogte van de belastingheffing meer in lijn wordt gebracht met andere startuplanden. De lagere heffing wordt zo vormgegeven, dat de grondslag van het inkomen uit aandelenopties wordt versmald tot 65%. Daardoor is het effectieve tarief over het inkomen uit aandelenopties ongeveer gelijk aan wat de heffing zou zijn als de aandelenopties in box 2 zouden zijn belast. Om dit inzichtelijk te maken, is een in tabel een vergelijking opgenomen van de reguliere tarieven en de effectieve tarieven die van toepassing zijn bij een versmalde grondslag in box 1.

Uitbreiding fietsregeling

In antwoord op de vraag hoe de uitbreiding van de fietsregeling wordt vormgegeven, geeft de staatssecretaris aan hoe de verduidelijking dat de fiets een niet voor privédoeleinden terbeschikkinggestelde fiets is eruit gaat zien. In antwoord op vraag 41 wordt aangegeven dat voorgesteld wordt dit te verduidelijken door te bepalen dat een fiets niet geacht wordt ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld als de fiets niet meer dan bijkomstig (niet meer dan 10%) bij het woon- of verblijfadres wordt gestald. Dit betekent dat de fiets incidenteel wel mee naar huis genomen kan worden, zonder dat hierover loonheffing is verschuldigd. Hoewel dit eerder ook werd beoogd, kan dit als een uitbreiding van de uitzondering op de bijtellingsregels worden beschouwd. Als een werknemer bijvoorbeeld op een dienstfiets in zijn pauze enkele privéboodschappen haalt, is niet direct sprake van bijtelling voor het privégebruik van de fiets van de zaak. Met de voorgestelde vormgeving leidt (incidenteel) privégebruik van een (deel)fiets dus niet tot een bijtelling.

Terugdraaien afschaffing verlaagde btw-tarief

In vraag 48 wordt gevraagd of de Wet terugdraaien afschaffing verlaagde btw-tarief op cultuur media en sport enkel het terugdraaien van de verhoging bevat of ook de benodigde dekking daarvoor? In antwoord op deze vraag geeft de staatssecretaris aan dat de wet zowel het behoud van genoemd verlaagd btw-tarief regelt als de dekking daarvoor in de vorm van het beperkt toepassen van de tabelcorrectiefactor.

Deel dit bericht via