Eerder hebben wij bericht over de Kamervragen die zijn gesteld over de premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). De Aof-premie die werkgevers hebben betaald, zou structureel meer zijn dan de lasten aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Onlangs heeft minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Kamervragen over de hoge Aof-premie beantwoord. Hij gaat in zijn antwoorden ook in op de premiestelling en fondsen van werknemersverzekeringen.
De werknemersverzekeringen bestaan uit de volgende fondsen met daarachter de uitgaven die uit die fondsen worden gedaan:
- Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof): WAO, WIA, WAZO, ZW
- Werkhervattingskas (Whk): WIA (WGA 1e 10 jaar), ZW
- Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf): WW, ZW
- Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo): WW, ZW
UWV stelt de hoogte van de Whk-premie vast en het kabinet stelt de hoogte van de andere premies voor werknemersverzekeringen vast. Het kabinet doet dat binnen de begrotingsregels rondom het inkomstenkader. In het inkomstenkader kijkt het kabinet niet alleen naar premies maar naar alle collectieve inkomsten van het Rijk en de sociale fondsen. De beheersing via het inkomstenkader heeft, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het uitgavenplafond, dus geen betrekking op het niveau van de inkomsten. Het niveau van de inkomsten kan hierdoor meebewegen met de conjunctuur.
Voor de premies werknemersverzekeringen betekent het inkomstenkader in feite dat er geen koppeling is tussen de uitgaven uit een fonds en de premie inkomsten van het fonds.
De minister gaat in de Kamerbrief ook in op de manier waarop de premies voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid worden vastgesteld. In dat verband merkt hij op dat de premie voor de Whk, als voormeld, door UWV wordt vastgesteld en lastendekkend moet zijn. Het tarief voor de Aof-premie, de Awf-premie en de Ufo-premie wordt jaarlijks door het kabinet vastgesteld. In principe is het premietarief voor komend jaar gelijk aan het tarief in het huidige jaar plus de wijzigingen waartoe het kabinet heeft besloten. Het kabinet kan daarbij verschillende redenen hebben om de premietarieven te wijzigen.
De antwoorden van de minister lijken duidelijk te maken dat een overschot aan gelden in het Aof voor het kabinet geen reden is om te besluiten tot teruggave van Aof-premie aan werkgevers. Het is immers geen lastendekkend fonds en er lijken geen regels te zijn voor een maximaal overschot in het Aof.
De discussie over de rechtmatigheid van de hoogte van de Aof-premie lijkt eerder een politieke discussie dan dat de rechter daarover kan beslissen. Toch is er in grote getale en collectief bezwaar gemaakt tegen de (hoge) Aof-premie. Een collectieve bezwaarprocedure zal in principe uiteindelijk tot een procedure voor de Hoge Raad (moeten) leiden. De uitkomst daarvan zal op zich laten wachten. Of de politiek in de tussentijd er bij het kabinet op zal aandringen om Aof-premie terug te geven aan werkgevers, betwijfelen wij ten zeerste. Dat zal toch via de rechter moeten worden afgedwongen.
Mocht u vragen hebben over de Aof-premie of overwegen bezwaar te maken tegen de vaststelling van de Aof-premie, neem dan gerust contact met ons op.
