Belastingplan 2026: maatregelen loonheffingen

Op 16 september 2025, Prinsjesdag, is het Belastingplan 2026 gepubliceerd. In het pakket aan maatregelen dat is voorgesteld, is ook een aantal voorstellen voor wetswijzigingen die gevolgen hebben voor de loonheffingen opgenomen. De belangrijkste maatregelen voor de loonheffingen hebben wij samengevat:

Geen bijtelling meer voor deelfietsen

Met ingang van 1 januari 2020 is in art. 13ter Wet LB een specifieke bijtellingsregeling opgenomen voor een ter beschikking gestelde fiets. Dit wetsartikel bepaalt dat op kalenderjaarbasis een bijtelling verschuldigd is van 7% van de waarde van de fiets indien de ter beschikking gestelde fiets ook voor privédoeleinden en/of woon-werkverkeer mag worden gebruikt.

Het kabinet stelt nu voor om de bijtellingsregeling van de ter beschikking gestelde fiets te verduidelijken door expliciet te stellen dat voor fietsen die niet of slechts incidenteel (niet meer dan bijkomstig d.w.z. 10%) bij het woon- of verblijfadres van de werknemer worden gestald een bijtelling van nihil geldt. Deze voorgestelde maatregel heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020.

Er is geen sprake van stallen bij het woon- of verblijfadres als de werknemer in de periode waarin de fiets zich bij het woon-of verblijfadres van de werknemer bevindt niet de beschikkingsmacht over de fiets heeft, bijvoorbeeld als de werknemer de fiets via een app heeft ingeleverd.

De voorgestelde maatregel maakt het mogelijk om deelfietsen, zoals hubfietsen, dienstfietsen en OV-fietsen, ter beschikking te stellen zonder een bijtelling in aanmerking te hoeven nemen. De bijtelling blijft echter wel gelden als een deelfiets wekelijks thuis wordt gestald.

Is er afgelopen jaren een bijtelling in aanmerking genomen en zou dat gezien de voorgestelde maatregel ten onrechte zijn geweest, corrigeer dan tijdig d.w.z. mogelijk nog vóór 2026.

Akkoord ‘Gezond naar het pensioen’

Het kabinet stelt voor dat de drempelvrijstelling van € 2.273 (2025) per maand voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-regelingen) vanaf 2026 in stand blijft. Om een RVU-regeling toegankelijker te maken voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen, wil het kabinet het bedrag van de RVU-drempelvrijstelling verhogen met € 300 per maand. Daarnaast stelt het kabinet voor om het tarief van de pseudo-eindheffing voor een RVU boven de RVU-drempelvrijstelling stapsgewijs te verhogen van 52% in 2025 naar 57,7% in 2026, 64% in 2027 en 65% in 2028. Vanaf 2028 wordt het percentage op 65% gemaximeerd.

De drempelvrijstelling kan nu ook worden toegepast op eenmalige uitkeringen, zij het dat de vrijstelling niet meer kan zijn dan 36 maal het maandbedrag van € 2.273. Het kabinet overweegt om de vrijstelling niet meer van toepassing te laten zijn op eenmalige uitkeringen.

De maatregelen hebben tot doel de RVU-drempelvrijstelling vanaf 2026 in stand te houden voor werknemers met zwaar werk, die niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd.

Dit voorstel komt overeen met het voorstel dat in het voorjaar een Kamerbrief is gepresenteerd en waar wij eerder over hebben bericht.

Pseudo-eindheffing fossiele auto’s

Om de klimaatdoelen te halen, streeft het kabinet ernaar om het gehele zakelijke wagenpark te verduurzamen. Om dit te bewerkstelligen stelt het kabinet voor om een pseudo-eindheffing te introduceren voor niet volledig emissievrije personenauto’s die vanaf 2027 door een werkgever voor het eerst ter beschikking worden gesteld, indien deze auto’s voor privédoeleinden, waaronder ook begrepen woon-werkverkeer, worden gebruikt.

Het voorgestelde tarief van de pseudo-eindheffing bedraagt 12% over de cataloguswaarde voor personenauto’s tot 25 jaar of 12% over de waarde economisch verkeer voor personenauto’s vanaf 25 jaar. Deze pseudo-eindheffing is jaarlijks verschuldigd.

Dit voorstel wijkt af van het voorstel uit de Kamerbrief van 25 april 2025 waarover wij eerder hebben bericht. Bij dat voorstel zou jaarlijks een pseudo-eindheffing verschuldigd zijn van 52% over de bijtelling. Onder het voorstel dat op Prinsjesdag is gepresenteerd, is de pseudo-eindheffing ook verschuldigd in situaties waarin geen bijtelling in aanmerking hoeft te worden genomen, zoals voor auto’s die alleen voor zakelijke doeleinden en woon-werkverkeer worden gebruikt.  Meer personenauto’s worden dus door de op Prinsjesdag voorgestelde maatregel getroffen.

De pseudo-eindheffing is straks niet van toepassing voor fossiele personenauto’s die alleen voor zakelijke doeleinden worden gebruikt en auto’s waarin gereden móet worden vanwege de bedrijfsvoering (bijvoorbeeld surveilleren door politieagenten of met spoed repareren van liften). De laatste uitzondering lijkt gebaseerd te zijn op de zogenoemde wachtdienst- of piketregeling.

Overgangstermijn

Heeft een werkgever vóór 2027 een personenauto voor privédoeleinden ter beschikking gesteld aan een werknemer, dan geldt een overgangstermijn tot 17 september 2030. Na afloop van deze overgangstermijn geldt de pseudo-eindheffing voor alle fossiele personenauto’s.

Versoberen regeling extraterritoriale kosten

Werknemers die tijdelijk in Nederland komen werken, kunnen van hun werkgever een vergoeding krijgen voor de extra kosten van dat verblijf buiten het land van herkomst (de zogenoemde extraterritoriale kosten). Voor deze vergoeding kan de gerichte vrijstelling van art. 31a, lid 2, onderdeel e, Wet LB worden toegepast.

Het kabinet stelt voor om de gerichte vrijstelling vanaf 1 januari 2026 niet meer van toepassing te laten zijn op de vergoeding van:

  • de extra kosten van levensonderhoud ten opzichte van het herkomstland
  • de extra kosten van privégesprekken met het herkomstland van een inkomende werknemer

De maatregel geldt alleen voor inkomende werknemers en niet voor uitgezonden werknemers.

Het feit dat minder extraterritoriale kosten onbelast kunnen worden vergoed, heeft geen gevolgen voor de hoogte van de forfaitaire vergoedingsregeling. Deze blijft tot 2027 maximaal 30% Vanaf 1 januari 2027 is dat 27%.

Hoe nu verder?

De voorstellen uit het Belastingplan 2026 worden de aankomende maanden in de Tweede Kamer en Eerste Kamer behandeld. Op 1 oktober 2025 zijn de eerste amendementen op het wetsvoorstel al ingediend. Over ontwikkelingen houden wij je uiteraard op de hoogte.

Heb je vragen over de voorstellen? Neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via