Eindheffingsloon in de zin van de WKR valt onder loonbegrip voor pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding

Een excessieve vertrekvergoeding is op basis van art. 32bb van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) belast met een pseudo eindheffing van 75%. Dit houdt in dat naast de reguliere loonbelasting die wordt ingehouden op de vertrekvergoeding, de inhoudingsplichtige een eindheffing verschuldigd is van 75%. Deze eindheffing is verschuldigd voor zover de vertrekvergoeding meer bedraagt dan het toetsloon van de werknemer, welk voor deze heffing minimaal € 680.000 (2025) moet bedragen.

Op 4 april 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak waarbij de vraag was of gericht vrijgestelde vergoedingen in de zin van de werkkostenregeling (WKR) tot het loon in de zin van art 32bb Wet LB moeten worden gerekend. De betreffende werknemer ontving een vergoeding die krachtens de 30%-regeling (gericht) vrijgesteld was. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de gericht vrijgestelde 30%-vergoeding ook tot het loon behoort.

Nadat Rechtbank Zeeland-West-Brabant en  Hof Den Bosch hadden geconcludeerd dat de gericht vrijgestelde vergoeding niet tot het loon in de zin van art. 32bb Wet LB behoort, oordeelt de Hoge Raad dat een eindheffingsbestanddeel in de zin van de werkkostenregeling wel tot het loon in de zin van art. 32bb Wet LB behoort, ook al valt het onder een gerichte vrijstelling of in de vrije ruimte.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht of wilt u meer weten over (pseudo-)eindheffingen, neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via