Gebruikelijk loon gecorrigeerd naar loon meestverdienende werknemer

Voor degene die werkt voor een vennootschap of een coöperatie waarin hij of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang heeft, geldt de zogeheten gebruikelijkloonregeling van art. 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB). Je bent een aanmerkelijk belanghouder (hierna: ab-houder) als je, eventueel tezamen met je fiscale partner,

  • 5% of meer van de aandelen hebt in een vennootschap
  • rechten hebt om voor 5% of meer aandelen in de vennootschap te kopen
  • winstbewijzen hebt om 5% of meer van de jaarwinst – of van een uitkering bij liquidatie – van de vennootschap te krijgen
  • voor 5% of meer stemrecht hebt in de algemene vergadering van een coöperatie of een vereniging op coöperatieve grondslag

Een ab-houder moet krachtens art. 12a Wet LB een loon ontvangen dat gebruikelijk is voor de werkzaamheden die hij verricht. De gebruikelijkloonregeling bepaalt hoe hoog het loon van de ab-houder minimaal moet zijn. Een ab-houder moet een loon in aanmerking nemen dat het hoogste is van de volgende bedragen:

  1. 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  2. het loon van de meestverdienende werknemer van de vennootschap of van een verbonden vennootschap;
  3. een minimumbedrag, elk jaar opnieuw vastgesteld door het Ministerie van Financiën. Voor 2026 is dit € 58.000.

Het loon mag op een lager bedrag vastgesteld worden als je aannemelijk kunt maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan het loon van de meestverdienende werknemer of € 58.000. Het loon wordt dan vastgesteld op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Op 20 februari 2026 is het proces verbaal van de mondelinge uitspraak van Rechtbank Den Haag van 24 december 2025 gepubliceerd over de vaststelling van de hoogte van het gebruikelijk loon.

De Belastingdienst was bij het vaststellen van het gebruikelijk loon uitgegaan van het loon van de meestverdienende werknemer in de werkmaatschappij. Belanghebbende stelt- onder verwijzing naar een door haar uitgevoerd salarisonderzoek- dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is. De Rechtbank is van oordeel dat de door belanghebbende aangedragen bewijs onvoldoende is om te kunnen dienen als onderbouwing van wat het loon van de meest vergelijkbare dienstbetrekking zou zijn. De looncorrecties en de verzuimboetes blijven in stand.

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of wil je meer weten over de gebruikelijk loonregeling? Neem dan contact met ons op.

Deel dit bericht via