Geen recht op btw-aftrek ter zake advieskosten over bedrijfsopvolging binnen familie

Op 2 september 2025 is een uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant gepubliceerd over het recht om btw als voorbelasting in aftrek te brengen. In deze uitspraak ging het om kosten van fiscale advisering over de bedrijfsopvolging binnen de familie. De verschuldigde btw over deze advieskosten bracht de bv als voorbelasting in aftrek. De Belastingdienst was het met deze aftrek niet eens en legde naheffingsaanslagen op. Volgens de Belastingdienst waren het privéadvieskosten van de aandeelhouders.

Op verschuldigde omzetbelasting wordt onder meer in aftrek gebracht, de belasting ter zake van de aan de ondernemer verrichte leveringen van goederen en verleende diensten. Dit is, voor zover in deze zaak van belang, de belasting welke in het tijdvak door andere ondernemers ter zake van door hen aan de afnemer verrichte leveringen en verleende diensten in rekening is gebracht op een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur, voor zover de goederen en diensten door de afnemer worden gebruikt voor belaste handelingen.

Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat recht bestaat op aftrek van voorbelasting indien er een onmiddellijk verband is tussen de afgenomen levering of dienst en de belaste prestaties van belanghebbende of indien de kosten van de afgenomen levering of dienst deel uitmaken van de algemene kosten. De bewijslast om aannemelijk te maken dat recht is op aftrek van voorbelasting, ligt bij belanghebbende.

De rechtbank heeft in deze zaak eerder beslist dat de advieskosten geen zakelijke kosten van de bv zijn, maar privékosten van de aandeelhouders. Naar het oordeel van de rechtbank is de bv dus niet de afnemer van de belaste prestaties. De bv heeft daardoor geen recht op aftrek van voorbelasting.

Naar het oordeel van de rechtbank is daarnaast geen sprake van een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen de advieskosten en de economische activiteit van de bv. Een causaal verband tussen de advieskosten van de aandeelhouders en de economische activiteit van de bv is geen rechtstreeks en onmiddellijk verband in de zin van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Kortom, de bv had volgens de rechtbank de  btw op deze advieskosten niet als voorbelasting in aftrek mogen brengen. De naheffingsaanslagen omzetbelasting zijn dan ook terecht opgelegd.

Heeft u ook vragen over de mogelijkheid om btw af te trekken? Neem dan contact met ons op.

Deel dit bericht via