Op 18 maart 2026 zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Bij deze verkiezingen worden de leden van de gemeenteraad (raadsleden) gekozen. Over de rol en taken van de gemeenteraad willen wij het in dit nieuwsbericht niet hebben. Daarvoor verwijzen wij naar een Infographic.
Waar wij het over willen hebben zijn enkele fiscale aandachtspunten waar gemeenten in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen en de installatie en aftreden van raadsleden op moeten letten.
Vergoeding voor stembureauleden en tellers
Stembureauleden en tellers ontvangen voor hun werkzaamheden in de regel een vergoeding. Deze vergoeding voor arbeid is belast, tenzij de vergoeding is aan te merken als een vrijwilligersvergoeding in fiscale zin. Daarvoor gelden voorwaarden. Eén van de voorwaarden is dat de arbeid niet bij wijze van beroep mag zijn verricht. De Belastingdienst is van mening dat hiervan sprake is als de vergoeding meer bedraagt dan € 5,75 (2026) per uur. Wanneer degene die de arbeid verricht jonger dan 21 jaar is, is dit normbedrag € 3,40 (2026) per uur.
Wanneer de arbeid wordt verricht door ambtenaren in hun hoedanigheid van werknemer van de gemeente dan kwalificeert de vergoeding als loon uit dienstbetrekking. De gemeente moet over de vergoeding dan loonheffing inhouden en is werkgeverspremies sociale verzekeringen verschuldigd.
In de situaties waarin het stembureaulid niet kwalificeert als vrijwilliger of werknemer, zal voor de gemeente een renseigneringsverplichting gelden. Dit houdt in dat de gemeente de uitbetaalde bedragen moet doorgeven aan de Belastingdienst. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen moet de gemeente persoonlijke gegevens van het stembureaulid en de teller, zoals de geboortedatum en het Burgerservicenummer, verzamelen. Het is goed om hen vooraf op deze renseigneringsverplichting te wijzen, zodat discussie en vragen achteraf kunnen worden voorkomen.
Raadsleden en opting-in
Na de verkiezingen zullen nieuwe raadsleden worden geïnstalleerd. Daarbij is het belangrijk te weten dat raadsleden niet in een (publiekrechtelijke) dienstbetrekking staan tot de gemeente. De vergoedingen en toelages die een raadslid ontvangt, zijn echter wel inkomsten voor de inkomstenbelasting. De vergoedingen en toelages waar raadsleden aanspraak op kunnen maken, zijn opgenomen in afdeling 3.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: Rechtspositiebesluit).
Raadsleden kunnen er voor kiezen om de arbeidsrelatie met de gemeente als een fictieve dienstbetrekking aan te merken (‘opting-in’). De gemeente houdt dan over de beloning loonbelasting/premie volks verzekeringen en bijdrage Zorg verzekeringswet in. Om opting-in te kunnen toepassen, moeten de gemeente en het raadslid tezamen een formulier invullen en ondertekenen en vervolgens naar de Belastingdienst toesturen.
Het grote voordeel van opting-in is dat raadsleden dan aanspraak kunnen maken op vergoedingen die door de gemeente zijn aangewezen als eindheffingsloon in de zin van de werkkostenregeling (hierna: WKR). Beter gezegd, deze raadsleden krijgen de in art. 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit aangewezen vergoedingen dan ‘netto’ d.w.z. de gemeente betaalt de eventueel verschuldigde loonheffing.
Het is belangrijk dat gemeenten nieuwe raadsleden informeren over de voor- en nadelen van opting-in, omdat het voor het raadslid financieel nogal wat uit kan maken of hij de vergoeding netto dan wel bruto ontvangt.
Vertrekkende raadsleden ontvangen vaak een afscheidsetentje en een afscheidscadeau. Voor de raadsleden die geopteerd hebben voor loonheffing, kwalificeren deze verstrekkingen als loon. Beoordeeld zal moeten worden of een bijzondere waardering of een gerichte vrijstelling binnen de WKR voor deze verstrekkingen geldt of dat deze verstrekkingen ten laste van de vrije ruimte komen.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of wil je meer weten? Neem dan contact met ons op!
