Gerechtshof Amsterdam ziet Temper als uitzendbureau

In een uitspraak van 10 juli 2024 oordeelde Rechtbank Amsterdam dat de werkers (‘Freeflexers’) via het online platform van Temper geen uitzendkrachten zijn. Tussen partijen was niet in geschil dat het de opdrachtgevers zijn -en niet Temper- die instructies geven aan de werkers en toezicht houden op het werk. Aldus is niet in geschil dat het materieel gezag over de werkzaamheden bij de opdrachtgevers ligt. Maar had Temper daarnaast formeel (werkgevers)gezag over de werkers? De rechtbank vond van niet en zag daarin een sterke contra-indicatie om een uitzendovereenkomst aan te nemen. De rechtbank zag ook een sterke contra-indicatie voor het aannemen van een uitzendovereenkomst in het feit dat Temper zelf niets aan de werkers betaalt. In een uitzendovereenkomst wordt het loon betaald door de uitzendwerkgever. Bij Temper factureren de werkers aan de opdrachtgevers en de opdrachtgevers betalen. Dat verloopt standaard via Finqle waardoor Temper toch bemoeienis heeft met het betaalproces. Daarnaast zijn de werkers niet verplicht de klus zelf uit te voeren. Zij kunnen de klus annuleren of gebruik maken van de mogelijkheid om zich -zonder toestemming van Temper- te laten vervangen. Vervanging kan door een andere Temper-werker of iemand buiten het platform. Kortom, er is nauwelijks sprake is van een verplichting voor de werkers om de werkzaamheden persoonlijk te verrichten.

De rechtbank kwam dus tot de conclusie dat geen sprake was van een uitzendovereenkomst. Tegen deze uitspraak zijn de FNV en CNV bij Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep gegaan. Zij vorderen o.a. dat het hof de arbeidsrelatie tussen de werkers en Temper kwalificeert als een uitzendovereenkomst in de zin van art. 7:690 BW. Het hof volgt de vakbonden daarin , zo blijkt uit de op 16 juni 2026 gepubliceerde uitspraak. Volgens het hof is Temper nauw betrokken bij de wijze waarop de contractuele regeling van de driehoeksverhouding tussen Temper, de werker en de opdrachtgever tot stand komt, de wijze waarop de beloning wordt bepaald en deze wordt uitgekeerd en de hoogte van deze beloningen. Anders dan Temper meent, kan gezien deze mate van betrokkenheid van Temper, het platform niet louter worden gekarakteriseerd als een bemiddelingssite, zoals eBay, Marktplaats, AirBNB en Vinted. Daarbij berust -volgens het hof- het formele gezag bij Temper en oefent de opdrachtgever het materiële gezag uit. Deze overweging wijkt af van die van de rechtbank.

Het hof beslist uiteindelijk dat sprake is van een uitzendovereenkomst in de zin van art. 7:690 BW tussen Temper en alle werkers die werkzaamheden verrichten of hebben verricht via Temper. Daarnaast beslist het hof dat Temper in de periode 1 januari 2016 tot 1 april 2019 jegens de werkers die in voornoemde periode werkzaamheden hebben verricht via Temper, art. 9 Waadi (het verbod om een tegenprestatie van de arbeidskracht te verlangen) heeft geschonden door een financiële tegenprestatie van € 1,- per gewerkt uur te vragen van de werkers voor haar terbeschikkingstellingsactiviteiten.

Het feit dat Temper als een uitzendbureau wordt aangemerkt, betekent in principe ook dat er looncorrecties moeten volgen. Temper zal met terugwerkende kracht werkgeverspremies moeten gaan afdragen. De vraag is of Temper dit financieel kan trekken, zo niet dan kunnen de opdrachtgevers weleens aansprakelijk worden gesteld.

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via