Indexatie omzetgrenzen voor zorg- en jeugdhulp bij bezoldigingsmaxima WNT

In een eerder nieuwsbericht hebben wij gewezen op de sectorale bezoldigingsmaxima in de zin van de Wet normering topinkomens (WNT) voor 2026. Naast de indexatie van de bezoldigingsmaxima zijn voor de zorg- en welzijnssector ook de grenswaarden van het criterium ‘omzet’ geïndexeerd. Zie de ministeriële regeling die op 20 november 2025 is gepubliceerd.

Instellingen in de zorg en jeugdhulp worden op grond van de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp ingedeeld in vijf klassen, waarbij iedere klasse een eigen bezoldigingsmaximum voor de betreffende topfunctionarissen kent. Deze klassen zijn gestaffeld op basis van complexiteit – wat wordt gebaseerd op de criteria kennisintensiteit, aantal taken en aantal relevante financieringsbronnen – en de hoogte van de omzet. Voor ieder criterium wordt een schaal gehanteerd. Uit de score op die schaal volgt een aantal punten. Het totaal aantal punten bepaalt in welke bezoldigingsklasse de rechtspersoon of instelling valt en welk bezoldigingsmaximum daarmee van toepassing is op de topfunctionaris(sen).

De schaal die voor ieder criterium wordt gebruikt, is sinds inwerkingtreding van de systematiek in 2016 ongewijzigd gebleven. Voor het criterium ‘omzet’ heeft het kabinet het wenselijk geacht om de schaal met ingang van 1 januari 2026 periodiek aan te passen. Periodiek betekent dat de grenswaarden voortaan iedere drie jaar geïndexeerd worden.

Bij het criterium omzet wordt gekeken naar de omzet in het voorafgaande jaar. Een instelling die in 2024 en 2025 een omzet had van € 60 miljoen viel voor de bezoldiging over 2025 in de klasse € 50 tot € 150 miljoen en dat waren 3 punten. Op basis van de geïndexeerde omzetgrenzen valt de instelling voor de bezoldiging over 2026 in de klasse € 13 tot € 65 miljoen en dat zijn 2 punten.  Door de indexatie van de omzetgrenzen scoort de instelling dus 1 punt minder op het omzetcriterium waardoor zij uiteindelijk in een lagere bezoldigingsklasse terecht kan komen. Hierdoor zou het bezoldigingsmaximum van zowel de leidinggevende en toezichthoudende topfunctionarissen voor 2026 lager kunnen uitvallen.

Voor de situatie dat de zorginstelling door de indexatie van de grenswaarden van het criterium ‘omzet’ in een lagere klasse terecht komt, geldt het overgangsrecht van artikel 7.3, vijfde lid, WNT. :

  • Op instellingsniveau geldt dat een lagere klassenindeling door de nieuwe omzetgrenzen per 1 januari 2026 pas  per 1 januari 2027 gaat gelden. Dit geeft de zorginstelling tijd om zich aan te passen.
  • Op topfunctionarisniveau gaat gelden dat een vóór 1 januari 2026 overeengekomen beloning voor ten hoogste 4 jaar wordt geëerbiedigd. Het overgangsrecht komt te vervallen bij een verlenging van de arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht in deze periode danwel indien de bezoldigingsafspraken worden gewijzigd., Daarna afbouw in 3 jaar naar het dan geldende bezoldigingsmaximum.

Gezien de mogelijke impact op de bezoldiging van topfunctionarissen is het dus belangrijk om tijdig te controleren of de zorginstelling door de nieuwe omzetgrenzen in een lagere bezoldigingsklasse uitkomt. Zo ja, maak dan afspraken met de topfunctionarissen over de gevolgen en toepassing van het overgangsrecht. Let met name op de duur en samenstelling van de overeengekomen bezoldigingsafspraken en verhogingen van de bezoldiging.

Het je vragen naar aanleiding van dit bericht of wil je meer weten over de WNT? Neem dan contact met ons op.

Deel dit bericht via