Minister Van Hijum heeft in een Kamerbrief van 27 maart 2025 bericht dat het kabinet ernaar streeft om het aangepaste wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsvermoeden (VBAR) vóór de zomer bij de Kamer in te dienen. De wet VBAR zou dan per 1 januari 2026 in werking moeten treden. VVD, D66, CDA, en SGP willen dit niet afwachten en hebben de initiatiefwet Zelfstandigenwet voorgesteld. Op 3 april 2025 is het concept van de Memorie van Toelichting van deze initiatiefwet gepubliceerd. Beter gezegd, in pre-consultatie gegaan.
Wat wordt er in de initiatiefwet geregeld?
De vraag wanneer iemand als zelfstandige kan werken voor een zakelijke opdrachtgever wordt in dit wetsvoorstel beantwoord aan de hand van drie toetsen:
- Zelfstandigentoets: Is iemand echt een zelfstandige? Hierbij wordt er gekeken of iemand zich naar buiten toe gedraagt als zelfstandige: heeft iemand meerdere opdrachten? Investeert iemand in eigen bedrijfsmiddelen?
- Werkrelatietoets: zijn er belemmeringen om als zelfstandige te werken? Werkt iemand uit vrije wil als zelfstandige? Heeft iemand een grote mate van vrijheid over de uitvoering van het werk en vrijheid van werktijd of verlof? En is er sprake van hiërarchische controle?
- Sectoraal rechtsvermoeden: sommigen sectoren hebben een hoger risico op schijnzelfstandigheid. Denk aan het tegengaan van arbeidsmigranten die werken in constructies als zzp’ers.
Daarnaast zou er volgens de opstellers van de initiatiefwet een aparte commissie moeten komen die kan helpen bij het bepalen of iemand een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) is, of eigenlijk verkapt in (loon)dienst is. Verder zou het voor zzp’ers verplicht worden om een voorziening te treffen voor pensioen en arbeidsongeschiktheid. Dat hoeft niet per se een verzekering te zijn, ook ‘substantieel’ eigen vermogen of beleggingen zijn toegestaan.
Voordat de initiatiefnemers het voorstel van de Zelfstandigenwet kunnen indienen bij de Tweede Kamer zal het voorstel in principe eerst voor advies voorgelegd moeten worden aan de Raad van State. Gezien de tijd die het kost voordat een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer kan worden ingediend, lijkt een inwerkingtreding per 1 januari 2026 van de initiatiefwet niet reëel.
Het is goed te weten dat het wetsvoorstel VBAR onderdeel uitmaakt van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). Hierin is de publicatie en inwerkingtreding per 1 januari 2026 van de wet als mijlpaal opgenomen. Het niet (tijdig) behalen van de mijlpaal kan leiden tot een korting op de ontvangsten uit het HVP die kan oplopen tot € 600 miljoen per mijlpaal of doelstelling. Zie blz. 4 van de Kamerbrief van 27 maart 2025. De inwerkingtreding per 1 januari 2026 van het (aangepaste) wetsvoorstel VBAR is ambitieus maar mogelijk. Dat lijkt niet gezegd te kunnen worden van de initiatiefwet. Dit voorstel zou ertoe kunnen leiden dat Nederland geen aanspraak kan maken op (delen van) € 600 miljoen aan subsidie.
Misschien kunnen de vier genoemde politieke partijen zich beter constructief opstellen ten aanzien van het wetsvoorstel VBAR in plaats van met een eigen initiatiefwet te komen.
Heeft u vragen over het wetsvoorstel VBAR of de inzet van zzp’ers, neem dan gerust contact met ons op.
