Is de leasefiets wel zo aantrekkelijk?

In de media verschijnen regelmatig berichten dat de leasefiets in trek is en weleens één van de populairste secundaire arbeidsvoorwaarden zou kunnen worden. Maar is de leasefiets nu wel zo aantrekkelijk voor werkgever en werknemer?

Voor de leasefiets kennen we een verglijkbare fiscale regeling als voor de auto van de zaak. D.w.z. er geldt een fiscale bijtelling als de fiets ook voor privédoeleinden ter beschikking wordt gesteld. In tegenstelling tot de fiscale regeling voor de leaseauto geldt voor de fiets dat de ter beschikking stelling voor woon-werkverkeer ook als voor privédoeleinden wordt aangemerkt.

Het voordeel van de ter beschikking stelling van een fiets voor privédoeleinden wordt krachtens art. 13ter, eerste lid, Wet LB gesteld op kalenderjaarbasis op 7% van de consumentenadviesprijs van de betreffende fiets. Er bestaat een database waar je de waarde van de fiets kunt raadplegen.

Voor een fiets van 3.500 euro moet dus een (bruto) bijtelling van 245 euro per jaar in aanmerking worden genomen. De werkgever kan dit loonbedrag aanwijzen als eindheffingsloon en ten laste van de vrije ruimte brengen danwel bij de werknemer als brutoloon belasten. In het laatste geval zijn de kosten voor de werknemer circa 10 euro netto per maand. Een eventuele eigen bijdrage uit het nettoloon voor het privégebruik van de fiets komt in mindering op het loonbedrag.

In het Belastingplan 2026 is ook een voorstel ten aanzien van art. 13ter Wet LB opgenomen. Met dit voorstel wil het kabinet verduidelijken dat de fiscale bijtelling niet geldt voor een deelfiets die niet of nauwelijks (minder dan 10%) mee naar huis wordt genomen. Het voordeel van een deelfiets wordt op nihil gewaardeerd. Deze nihilwaardering geldt dus niet voor de leasefiets die de werknemer steevast mee naar huis neemt.

Omdat de werkgever voor het woon-werkverkeer een leasefiets ter beschikking stelt aan de werknemer kan de werknemer niet ook nog een onbelaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer ontvangen op de dagen dat hij fietst. Dat zou immers dubbelop zijn. De werknemer en werkgever kunnen wel afspreken dat de werknemer een vaste onbelaste reiskostenvergoeding ontvangt voor de dagen waarop de werknemer in de regel reist met ander vervoer dan de fiets, zoals met de eigen auto.

Kortom, voor de werknemer geldt:

  • belastingheffing over de 7%-bijtelling;
  • geen (onbelaste) reiskostenvergoeding op reisdagen waarop de leasefiets voor woon-werkverkeer wordt gebruikt;
  • een eventuele eigen bijdrage.

Bij een leasefiets wordt de fiets door de werkgever aan de werknemer ter beschikking gesteld. De werkgever kan de fiets zelf kopen maar ook op zijn naam leasen. Wanneer het leasecontract van de fiets op naam van de werknemer staat, dan is de werknemer in feite eigenaar van de fiets en hebben we fiscaal met hele andere regels te maken. Let dus op de tenaamstelling van het leasecontract!

De werkgever krijgt dus te maken met aanschaf- of leasekosten van de fiets. Maar daarnaast ook met de kosten van onderhoud en verzekering van de fiets en de werkgeverspremies die verschuldigd zijn over de 7%-bijtelling. De leasefiets is voor de werkgever een kostbare arbeidsvoorwaarde. De werkgever kan de kosten van de leasefiets beperken door de leasefiets bijvoorbeeld als doel in een cafetaria- of uitruilregeling op te nemen danwel een netto eigenbijdrage van de werknemer te verlangen. De vraag is echter of de werknemer bereid is om tijd en/of geld in te leveren voor een fiets die niet zijn eigendom is.

Wanneer de werknemer de leasefiets na verloop van tijd tegen een vooraf vastgesteld bedrag (lees: percentage van de nieuwprijs) kan kopen, komt de vraag op of dit nog wel een ter beschikking stelling van een fiets is. Veel hangt af van wat is afgesproken in het leasecontract: Is er een mogelijkheid om de fiets te kopen of is dit een verplichting?

Samenvattend. De leasefiets kan voor de werknemer een aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden zijn maar dat hangt af van of, en in hoeverre, de werkgever bereid is de aanschaf- of leasekosten van de fiets te dragen. Bij bijvoorbeeld werkgevers die aan werknemers een mobiliteitsbudget ter beschikking stellen, kan dit een voor alle partijen aantrekkelijke arbeidsvoorwaarde zijn. Werkgevers die geen of nauwelijks financiële ruimte hebben, zullen aan een leasefiets een netto eigen bijdrage of een uitruil van tijd en/of geld willen koppelen. De vraag is dan of de werknemer nog wel geïnteresseerd is in een fiets die niet zijn eigendom is.

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via