Onlangs is het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 15 januari 2026 nr. 2026-436 over resultaat uit overige werkzaamheden (hierna: Besluit ROW 2026) in de Staatscourant gepubliceerd. In het Besluit ROW 2026 wordt ter zake van een aantal werkzaamheden aangegeven of de inkomsten daaruit wel of niet kwalificeren als een resultaat uit overige werkzaamheid in de zin van art. 3.90 Wet inkomstenbelasting 2001.
Eén van de situaties die besproken wordt, is de vergoeding die logeerouders ontvangen. In de geschetste situatie brengt een stichting logeerouders samen met kinderen met een hulpvraag, met als doel dat de kinderen af en toe kunnen logeren in het logeergezin. De logeerouders ontvangen een bepaalde dagelijkse vergoeding. In de praktijk is de vraag opgekomen of deze vergoeding als een werkzaamheid in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001 kan worden beschouwd.
Hoewel de beoordeling altijd afhankelijk is van de specifieke feiten en omstandigheden, is het aannemelijk dat in dergelijke gevallen de vergoeding binnen de persoonlijke sfeer ligt. Het is aannemelijk dat de logeerouders deelnemen vanuit persoonlijke, ideële overwegingen, te weten het bieden van een logeerplek voor kinderen met een hulpvraag door tussenkomst van de stichting. Dit wordt bevestigd indien de vergoeding enkel voldoende is om (een deel van) de kosten te dekken. In dergelijke gevallen vormt de vergoeding geen bron van inkomen.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht, bijvoorbeeld of deze betalingen vallen onder de renseigneringsverplichting, neem dan contact met ons op.
