Onderdeel van het pakket Belastingplan 2025 is de introductie per 1 januari 2027 van een pseudo-eindheffing voor fossiele auto’s van de zaak die ook voor privédoeleinden, waaronder woon-werkverkeer, in gebruik zijn. De werkgever is deze eindheffing verschuldigd, naast de eventuele belastingheffing bij de werknemer vanwege het privégebruik van de auto van de zaak. Van een fossiele auto van de zaak is sprake bij een auto die niet volledig emissievrij is. De eindheffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de auto.
Naar aanleiding van gesprekken met de sector heeft het kabinet besloten de per 2027 in te voeren pseudo- eindheffing fossiele personenauto’s op een aantal punten te wijzigen, zo lezen we in een Kamerbrief van 22 juni 2026 van Staatssecretaris Eerenberg van Financiën. Het kabinet stelt de volgende wijzigingen in de pseudo-eindheffing voor:
- Bij tijdelijke vervanging van een ‘vaste’ auto, vanwege schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel wordt de vervangende auto uitgesloten van de pseudo-eindheffing. Deze uitzondering geldt voor een periode van maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen.
- De overgangstermijn van de pseudo-eindheffing wordt verlengd van 17 september 2030 naar 1 januari 2031.
- De introductie van een beperkte vrijstelling voor een ter beschikking stelling voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen per kalenderjaar. Deze vrijstelling vervalt per 1 januari 2031, net als het algemene overgangsrecht onder de pseudo-eindheffing.
- De introductie van een vrijstelling voor lesauto’s.
In de Kamerbrief verduidelijk de staatssecretaris voor drie situaties of en zo ja in welke mate pseudo-eindheffing verschuldigd is.
- Als het heffingsrecht van de mede voor privédoeleinden ter beschikking gestelde fossiele personenauto op grond van een belastingverdrag deels toekomt aan een ander land, mag deze verdeling van het heffingsrecht ook voor de pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s toegepast worden.
- Bij het (incidentele) gebruik van een taxi als passagier is er geen sprake van een ter beschikking stelling van de auto, waardoor de werkgever voor deze taxirit ook geen pseudo-eindheffing verschuldigd is. Dit is uiteraard anders wanneer een werknemer een vaste auto met chauffeur tot zijn beschikking heeft.
- Wanneer een werknemer als gevolg van een fusie of overname een nieuwe werkgever krijgt, kan het overgangsrecht van toepassing blijven.
De staatssecretaris benadrukt dat ingeval de werknemer vóór 1 januari 2031 van werkgever wisselt het overgangsrecht dan niet mee overgaat naar de nieuwe werkgever. De werkgever behoudt wel het overgangsrecht voor een specifieke auto als deze auto gedurende de overgangstermijn ter beschikking wordt gesteld aan een andere werknemer.
Verder lezen we dat het kabinet mogelijk een greentimerregeling gaat invoeren in combinatie met een ander afbouwpad voor de youngtimerregeling. Een greentimerregeling is een idee waarbij een nieuwe bijtellingskorting wordt geïntroduceerd, specifiek voor elektrische auto’s tussen de vijf en acht jaar oud. De gedachte is dat deze auto’s hierdoor langer in Nederland blijven doordat ze langer zakelijk gebruikt worden en na afloop van de ‘verlengde lease’ alsnog kunnen doorstromen naar de Nederlandse tweedehandsmarkt voor particulieren.
Naast deze voorstellen kondigt de staatssecretaris een verkenning aan voor een andere grondslag in de motorrijtuigenbelasting d.w.z. een heffing naar voertuigoppervlakte of omvang.
Heb je vragen naar aanleiding van het nieuwsbericht? Neem dan contact met ons op.
