Het kabinet werkt aan een steunpakket van bijna 1 miljard euro om de gevolgen van de -door de onrust in het Midden-Oosten- stijgende energieprijzen te dempen. In tegenstelling tot Duitsland en andere EU-landen lijkt het kabinet niet van plan om de accijnzen op brandstof te verlagen. Een verlaging van de accijns met 10 cent per liter zou de schatkist ca. 1 miljard euro per jaar kosten. Daarmee zou deze maatregel -als die een jaar zou duren- vrijwel het volledige budget opslokken. De verlaging van de accijnzen in Duitsland geldt voor twee maanden.
Het kabinet lijkt te kiezen voor gerichte maatregelen voor werknemers en ondernemers. Zo lijkt de onbelaste kilometervergoeding te worden verhoogd van 23 naar 25 cent per kilometer. Het kabinet lijkt daarmee de kosten van de stijgende energieprijzen deels bij werkgevers neer te (willen) leggen.
Iedere verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding met een cent zou de staatskas maximaal 118 miljoen euro kosten. De kosten van de staatskas bestaan bijvoorbeeld uit lagere belastingopbrengsten doordat belast loon wordt omgezet in onbelast loon. Omdat een verhoging van de reiskostenvergoeding ten koste gaat van de loonruimte, zouden werkgevers er voor kunnen kiezen om de uitruilregeling met de vergoeding woon-werkverkeer als doel aan te passen naar 25 cent per kilometer. De werknemer die 400 kilometer in de week woon-werkverkeer heeft, realiseert hiermee een belastingvoordeel van tussen de 2 en 4 euro per week. Tegenover dit belastingvoordeel staan echter veel nadelen. Denk aan een mogelijke lagere grondslag voor de opbouw van vakantiebijslag en eindejaarsuitkering, minder loon bij ziekte, etc. Je kunt je de vraag stellen of een uitruilregeling wel interessant is? Iets waar werkgevers meer aandacht voor zouden moeten hebben! Wil de werknemer de voordelen van de verhoging van de onbelaste kilometervergoeding echt merken dan zal de werkgever de portemonnee moeten trekken. In het voorbeeld is het voordeel van de werknemer trouwens maximaal 8 euro per week.
Daarnaast lijkt het voorstel om de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s en andere voertuigen met een grijs kenteken tot het einde van dit jaar met 50 procent te verlagen. De kosten hiervan zijn 250 miljoen euro. Niet duidelijk is of het kabinet hiermee ook de provinciale opcenten die als extra heffing bovenop de motorrijtuigenbelasting wordt geheven, gaat halveren. Zo ja, dan is de vraag of de provincies hiervoor gecompenseerd worden, anders zouden zij een deel van de kosten van deze steunmaatregel dragen.
Verder trekt het kabinet 50 miljoen euro extra uit voor het energienoodfonds, bedoeld voor huishoudens die moeite hebben om de energierekening te betalen. Ook wordt extra ingezet op woningisolatie en wordt een deel van de geplande verduurzamingssubsidies voor bedrijven naar voren gehaald.
Tellen we de kosten van deze maatregelen op dan zullen ze vast richting maximaal bijna 1 miljard euro gaan. Echter, tegenover deze kosten staan ook extra btw-inkomsten vanwege de gestegen brandstofprijzen. Accijnzen zijn een vast bedrag per liter. De btw stijgt echter als brandstofleveranciers de literprijs verhogen. Een stijging van de benzineprijs van 2,10 euro naar 2,40 euro per liter leidt bijvoorbeeld tot ruim 5 cent meer verschuldigde btw per liter. Hiermee lijkt een groot deel van de kosten van de steunmaatregelen te kunnen worden gefinancierd.
Afijn, de ministerraad bespreekt het steunpakket op 17 april a.s. Om voldoende politieke steun te vinden voor de maatregelen, zal het kabinet in overleg moeten met oppositiepartijen. Aanpassingen aan het pakket zijn dan ook niet uitgesloten.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact met ons op.
