Eerder zijn wij ingegaan op de in het Belastingplan 2026 voorgestelde maatregelen op het terrein van de loonheffingen. Eén van de voorstellen is een versobering van de vergoeding van extraterritoriale kosten (ETK) per 1 januari 2026.
Op 3 oktober 2025 heeft staatssecretaris Heijnen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) een Kamerbrief gestuurd waarin wordt ingegaan op de versobering van de ETK-regeling, de samenhang met de 30%-regeling en het effect op arbeidsmigratie in Nederland.
De ETK-regeling maakt het mogelijk om ETK voor inkomende en uitgaande werknemers belastingvrij te vergoeden. Voor werknemers die aan de voorwaarden voldoen is het mogelijk om de ETK-vergoeding gedurende maximaal 5 jaar forfaitair te bepalen op 30% van het belastbaar loon van de werknemer: de zogenoemde 30%-regeling. Met ingang van 2027 wordt dit percentage trouwens verlaagd naar 27%.
Doordat de 30%-regeling een uitwerking is van de ETK-regeling, kan een aanpassing in de ETK-regeling ook gevolgen hebben voor de 30%-regeling. De ETK-regeling en de 30%-regeling gaan bijvoorbeeld uit van hetzelfde begrip ETK. Het schrappen van kostensoorten uit de definitie van ETK voor de ETK-regeling betekent dat deze ook niet meer kunnen worden gebruikt als onderdeel van de 30%-regeling.
De vraag komt dan ook op of het risico bestaat op ongelijke behandeling van gebruikers van de ETK-regeling en de 30%-regeling? Werknemers die niet voor de 30%-regeling in aanmerking komen (grensarbeiders en werknemers die niet voldoen aan de salarisnorm) zouden met een beroep op het gelijkheidsbeginsel alsnog een beroep kunnen doen op toepassing van de 30%-regeling. Dit risico zal mede maken dat het kabinet niet enthousiast is om de versobering van 30% naar 27% per 2027 terug te draaien.
Naar de mening van het kabinet is het gezien het loonpeil in Nederland en de huidige manier van (internet)bellen tegenwoordig niet nodig om de kosten van levensonderhoud in Nederland (inclusief gas, water, licht en andere nutsvoorzieningen) en telefoongesprekskosten nog belastingvrij te vergoeden. De versobering lijkt hen dan ook gerechtvaardigd.
De staatssecretaris geeft aan dat de post ‘kosten van levensonderhoud’ ongeveer 20% van de ETK-vergoeding van gebruikers van de ETK-regeling vormt. Doordat deze kostenpost niet langer tot de ETK wordt gerekend, nemen de ETK die belastingvrij vergoed, bijvoorbeeld via een cafetaria- of uitruilregeling, met ongeveer 20% af. Een nadeel voor werknemers die een ETK-vergoeding krijgen op basis van de werkelijke ETK.
Wanneer werknemers een vergoeding van de werkelijke ETK ontvangen, bijvoorbeeld via een cafetaria- of uitruilregeling, dan is het belangrijk om na te gaan op welke kostensoorten deze vergoeding is gebaseerd. Zo nodig moet dit vóór 1 januari 2026 aangepast worden.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan gerust contact met ons op.
