Kabinetsreactie op de evaluatie van het lage Vpb tarief en verhoogde vrijstellingen in schenkbelasting

Staatssecretaris Van Oostenbruggen (Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) heeft de Tweede Kamer en de Eerste Kamer op 11 juli 2025 geïnformeerd over de kabinetsreactie op de evaluaties van het lage vennootschapsbelasting (Vpb) tarief en de eenmalig verhoogde vrijstellingen in de schenkbelasting voor schenkingen aan kinderen. Ook wordt in de Kamerbrief een nadere reactie gegeven op de evaluatie van de 30%-regeling, de extraterritoriale kostenregeling en de partiële buitenlandse belastingplicht.

Het lage Vpb tarief is negatief geëvalueerd, omdat het geen duidelijke onderbouwing en doelstelling heeft. Desondanks is het kabinet geen voorstander om deze regeling aan te passen vanwege het negatieve effect op het vestigingsklimaat en de lastendruk voor bedrijven.

Ook de eenmalig verhoogde vrijstellingen in de schenkbelasting voor schenkingen aan kinderen is negatief geëvalueerd d.w.z. deze vrijstellingen zouden niet noodzakelijk zijn. Ook zonder deze vrijstellingen worden schenkingen van ouders aan kinderen namelijk al lager belast. Daarnaast zijn de vrijstellingen ook beperkt doelmatig, mede doordat de regelingen met name huishoudens met een relatief goede, financiële positie bereiken. Het kabinet is echter geen voorstander om deze regelingen aan te passen, omdat het de mogelijkheid van ouders om hun kinderen financieel aantrekkelijk te kunnen ondersteunen, niet wil beperken.

Als bijlage bij de Kamerbrief is opgenomen de aanvullende reactie van het kabinet op het rapport Kunde, Kosten en Keuzes van de SEO Economisch Onderzoek (SEO) waar de vaste commissie van Financiën van de Eerste Kamer om had verzocht.

  • Eén van de conclusies van SEO is dat een constant forfait voor het vergoeden van extraterritoriale kosten, beter aansluit bij de kostenontwikkeling en lagere uitvoeringslasten heeft dan een forfait dat afbouwt met de verblijfsduur. Het kabinet heeft deze constatering aangegrepen om in de expatregeling een vast forfait te herintroduceren (in 2025 en 2026 30% en vanaf 2027 27%).
  • SEO beschouwt de salarisnorm als een passende invulling van het deskundigheidsvereiste in de expatregeling. Waar SEO niet de aanbeveling gaf om de salarisnorm te verhogen, omdat dat zou leiden tot een minder goede aansluiting op de arbeidsvraag van werkgevers, heeft het kabinet naar aanleiding van een motie van Hermans en Omtzigt hier toch voor gekozen.
  • De partiële buitenlandse belastingplicht is een (aanvullende) fiscale faciliteit voor expats die gebruik maken van de 30%-regeling. Door deze faciliteit hoeven zij geen box 2 of 3 belasting te betalen over hun buitenlands kapitaalinkomen. SEO heeft de partiële buitenlandse belastingplicht als niet doeltreffend en niet doelmatig beschouwd. Het afschaffen van de partiële buitenlandse belastingplicht zou de instroom van expats vrijwel niet beperken. Voor het kabinet reden om de afschaffing van de partiële buitenlandse belastingplicht via het amendement Grinwis c.s. (deels) niet terug te draaien.
Deel dit bericht via