Op 27 maart 2025 hebben minister Van Hijum (SZW) en staatssecretaris Van Oostenbruggen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) de Tweede Kamer en de Eerste Kamer geïnformeerd over de voortgang van een aantal onderwerpen op het dossier werken met en als zelfstandige(n). Deze onderwerpen zijn:
- de voortzetting van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsvermoeden (VBAR) na de recente antwoorden op de prejudiciële vragen van de Hoge Raad in de Uber-zaak;
- de stand van zaken na het opheffen van het handhavingsmoratorium;
- overige acties die bijdragen aan meer verduidelijking en de positie van zelfstandigen in de polder;
- het tegengaan van schijnzelfstandigheid binnen de Rijksoverheid;
- diverse moties en toezeggingen vanuit de Tweede Kamer.
In de Kamerbrief wordt aangegeven dat het wetsvoorstel VBAR aangepast wordt. Meer specifiek, in lijn met de recente uitspraak van de Hoge Raad in de Uber-zaak wordt gebracht door bij de beoordeling van de arbeidsrelatie het extern ondernemerschap als volwaardig criterium te laten meewegen.
In de huidige versie van het wetsvoorstel VBAR wordt gekeken naar enerzijds vijf criteria rondom de aansturing in het werk en anderzijds vijf criteria over werken voor eigen risico. Pas als die criteria in evenwicht zijn, wordt gekeken of iemand zich buiten de arbeidsrelatie gedraagt als ondernemer, het extern ondernemerschap. Door de voorgestelde wijziging weegt het extern ondernemerschap volwaardig mee, naast de aansturing in het werk en het werken voor eigen rekening en risico.
Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel VBAR vóór de zomer bij de Kamer in te dienen.
Heeft u vragen over de beoordeling van een arbeidsrelaties of bijvoorbeeld de risico’s van een onjuiste beoordeling en hoe die kunnen worden voorkomen, neem dan gerust contact met ons op.
