Kamerbrief over terugdringen externe inhuur binnen de Rijksoverheid

In 2010 heeft het toenmalig kabinet met de Tweede Kamer afspraken gemaakt over externe inhuur bij de Rijksoverheid. De uitgaven aan externe inhuur mogen niet meer dan 10% van de totale personele uitgaven betreffen. Dit is de zogenaamde Roemernorm n.a.v. de motie-Roemer.

Op 18 april 2025 heeft minister Uitermark (BZK) de Tweede Kamer geïnformeerd over de ondernomen acties en de vervolgaanpak om de externe inhuur bij de Rijksoverheid te verminderen. Uit de Kamerbrief blijkt immers dat de Roemernorm structureel wordt overschreden, tot 15,4% in 2023. In 2023 werd het meest ingehuurd voor ICT werkzaamheden (44% van de uitgaven externe inhuur) en voor formatie en piekwerkzaamheden bij de uitvoeringsorganisaties (29% van de uitgaven externe inhuur).

De minister van BZK geeft aan dat het primair de verantwoordelijkheid van de ministeries en hun uitvoeringsorganisaties is om de externe inhuur terug te dringen. Hij kan en wil daar niet in treden omdat ministeries en hun uitvoeringsorganisaties zelf het beste kunnen beoordelen of in bepaalde, specifieke gevallen externe inhuur nodig is voor de taakuitvoering en maatschappelijke dienstverlening. Echter, wanneer de trend dat de Roemernorm wordt overschreden niet wordt doorbroken en er geen daling zal worden gerealiseerd, zal hij in overleg treden met collega’s om te bezien welke aanvullende maatregelen hiervoor nodig zijn.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht, neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via