Laatste ontwikkelingen ter zake (schijn)zelfstandigen: de zachte landing

Op 10 december 2025 heeft het kabinet de Voortgangsbrief werken met en als zelfstandige(n) naar de Tweede Kamer gestuurd. Met deze brief wil het kabinet de Kamer informeren over de laatste stand van zaken van het beleid dat raakt aan zelfstandigen. In de voortgangsbrief wordt aangegeven dat het kabinet wil zorgen voor meer zekerheid, duidelijkheid en rust onder zelfstandigen en situaties van schijnzelfstandigheid voorkomen. Daarom wil het kabinet werken aan oplossingen die daar aan bijdragen.

Het kabinet werkt aan oplossingen langs drie lijnen: zorgen voor een gelijker speelveld tussen contractvormen (lijn 1), meer duidelijkheid wanneer gewerkt wordt als werknemer of zelfstandige (lijn 2) en verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid (lijn 3).

In de voortgangsbrief informeert het kabinet de Kamer over de maatregelen die samenhangen met de genoemde aanpak. Het betreft onder meer de stand van zaken van de wetsvoorstellen Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) en Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar), een update van de activiteiten op het gebied van communicatie en voorlichting, de voortgang van de handhaving op schijnzelfstandigheid en inzicht in de effecten op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt ingegaan op diverse moties en toezeggingen, waaronder die gericht op het zo snel mogelijk (maar uiterlijk per 1 januari 2026) terugdringen van schijnzelfstandigheid binnen de Rijksoverheid naar nul en op het bevorderen van goed werkgeverschap in sectoren waar relatief veel schijnzelfstandigen werkzaam zijn.

In de tussentijd kunnen we berichten dat de Raad van State op 15 december 2025 de regering heeft geadviseerd om het wetsvoorstel BAZ niet bij de Tweede Kamer in te dienen, tenzij het voorstel wordt aangepast. Het wetsvoorstel in deze vorm is te complex en nauwelijks uitvoerbaar door het UWV en de Belastingdienst.

Het wetsvoorstel Vbar is momenteel in behandeling bij de Tweede Kamer. Het kabinet is momenteel de antwoorden op vragen vanuit de Kamer aan het voorbereiden. Het kabinet benadrukt nog eens dat het wetsvoorstel Vbar onderdeel is van het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP). De Wet Vbar moet op zijn laatst op 31 augustus 2026 zijn gepubliceerd in het Staatsblad om een korting (oplopend tot € 600 miljoen) te vermijden. Verder benadrukt het kabinet dat er geen uitzonderingen gelden voor specifieke sectoren, ook niet voor de zorgsector.

In de voortgangsbrief wordt ook opgemerkt dat met ingang van 1 januari 2026 de zachte landing vervalt. Dat is in lijn met het eerder aangekondigde tijdspad. Dit betekent dat er weer boetes (verzuim- of vergrijpboetes) kunnen worden opgelegd. Daarnaast vervallen de uitgangspunten dat de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek en in beginsel kiest voor een onderzoek van het meest recente aangiftetijdvak.

Hoe de Belastingdienst vanaf 1 januari 2026 handhaaft op de kwalificatie van arbeidsrelaties voor de loonheffingen zonder zachte landing, is uitgewerkt in het ‘Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026’ dat op 11 december 2025 is gepubliceerd.

In een brief van 2 oktober 2025 is de Staatssecretaris van Financiën ingegaan op de gevolgen van het verlengen van de zachte landing in 2026. In deze brief merkt de staatsecretaris op dat indien sprake zou zijn van het verlengen van de zachte landing, de Europese Commissie dit zou kunnen zien als het terugdraaien een reeds behaalde mijlpaal, hetgeen als consequentie kan hebben dat de Europese Commissie een korting (oplopend tot € 600 miljoen) toepast op de te ontvangen HVP-middelen. Dit zou betekenen dat het uitvoeren van een motie om de zachte landing te verlengen tot een budgettaire derving kan leiden terwijl niet is voorzien in een dekking.

Ondanks deze waarschuwing heeft een aantal Kamerleden op 18 december 2025 moties ingediend om de zachte landing in enige vorm te verlengen. Er is bijvoorbeeld een motie ingediend tot het verlengen van de zachte landing tot tenminste 31 maart 2026. In sommige moties wordt de regering verzocht om in overleg te treden met de Europese Commissie over de gevolgen van het verlengen van de zachte landing -in enige vorm- voor het toekennen van middelen uit het HVP.

De vraag is nu of het kabinet uitvoering gaat geven aan deze moties.

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via