Laatste stand van zaken rondom de wet Vbar

Een belangrijke oorzaak voor schijnzelfstandigheid is gelegen in het ontbreken van een duidelijk en hanteerbaar (wettelijk) toetsingskader. Met de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (wet Vbar) probeert het kabinet een wettelijk toetsingskader aan te reiken en te verduidelijken wanneer sprake is van werknemerschap en wanneer van zelfstandigheid. Het voorstel van de wet Vbar is op 4 juli 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd en zou op 1 juli 2026 inwerking moeten treden.

Het toetsingskader dat met de wet Vbar wordt geïntroduceerd, zal nader uitgewerkt worden in een algemene maatregel van bestuur: het besluit Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (besluit Vba). In dit besluit zijn de hoofdelementen uit de wet Vbar, te weten ‘werkinhoudelijke en organisatorische sturing’ en ‘werken voor eigen rekening en risico’ nader ingevuld met vijf indicaties per hoofdelement.

Tot 14 oktober 2025 heeft er een internetconsultatie over de concepttekst van deze algemene maatregel van bestuur plaatsgevonden. Eén van de kritiekpunten op het besluit Vba is dat dit besluit geen recht doet aan de  holistische toets om te bepalen of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Alle feiten en omstandigheden moeten in onderlinge samenhang worden beoordeeld. De indicaties in het besluit Vba zijn echter limitatief vastgesteld en doen daarmee geen recht aan de holistische toetsing die volgens de Hoge Raad dient plaats te vinden.

In een advies van 25 september 2025 aan de Minister van SZW heeft het Adviescollege voor de Toetsing van de Regeldruk (ATR) onder andere opgemerkt dat het besluit Vba niet tot meer duidelijkheid leidt. De uitwerking is te abstract. Bovendien zijn minder belastende alternatieven niet beschreven en vraagt de beschrijving van de regeldruk om meer toelichting.

In de tussentijd is de Tweede Kamer gestart met de behandeling van de wet Vbar. Vanuit de vaste commissie voor SZW zijn behoorlijk wat vragen gesteld. Uit de ingediende vragen blijkt dat er brede steun is voor het voorstel van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst als gewerkt wordt onder een bepaald tarief. Twijfels zijn er daarentegen of het wetsvoorstel de gewenste verduidelijking gaat opleveren.

Naast de op 8 oktober 2025 vastgestelde Kamervragen zullen vast en zeker nog veel Kamervragen over dit wetsvoorstel volgen. In de (social) media zal dit onderwerp ook veel aandacht krijgen. In de tussentijd moet de praktijk echter wel verder. Wachten kan niet (meer). Sinds 1 januari 2025 wordt immers (ook) het risico van een naheffing loonheffingen of correctieverplichting gelopen, zij het nu nog zonder boete. Over enkele maanden is dat laatste ook anders.

Heb je vragen over schijnzelfstandigheid of heb je behoefte aan ondersteuning bij het voorkomen van risico’s? Neem dan contact met ons op. Wij hebben kennis van zowel het arbeidsrecht als de fiscale wetgeving.

Deel dit bericht via