Eerder hebben we bericht dat de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen om een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst in te voeren bij een laag uurtarief. Daarmee zou er -naast art. 7:610a BW– een tweede rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst worden geïntroduceerd.
Het wetsvoorstel Invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief is momenteel in de Eerste Kamer in behandeling. Op 5 juni 2026 is de Nota naar aanleiding van het verslag gepubliceerd. In deze nota beantwoordt minister Aartsen van Werk en Participatie vragen die vanuit de Eerste Kamer over het wetsvoorstel zijn gesteld.
Belangrijke punten die uit de antwoorden naar voren komen:
- Het wetsvoorstel brengt geen andere verplichtingen voor werkgevenden met zich mee. Een werkgevende moet namelijk ook nu al vooraf beoordelen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan wel dat een zelfstandige ingehuurd kan worden. Dat wettelijk kader verandert niet.
- Met het wetsvoorstel wordt een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst geïntroduceerd in geval een uurtarief lager dan de tariefnorm (thans € 38,00) wordt betaald. In dat geval maakt dit wetsvoorstel het voor de werkende eenvoudiger een arbeidsovereenkomst op te eisen.
- Dit rechtsvermoeden heeft uitsluitend civielrechtelijke werking. Het rechtsvermoeden werkt niet rechtstreeks (publiekrechtelijk) door naar de uitvoering van de socialezekerheidswetgeving en de fiscaliteit. Dit betekent dat UWV, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie niet (zelfstandig) toetsen aan het rechtsvermoeden, maar aan art. 7:610 BW en daarop gebaseerde jurisprudentie.
- Het pensioenstelsel is gebaseerd op het uitgangspunt “geen premie, wel recht” zodat werknemers beschermd worden tegen de financiële gevolgen van een nalatige werkgever. Er bestaan op dit uitgangspunt uitzonderingen d.w.z. dat er toch geen pensioenrechten worden toegekend aan een werknemer. Deze uitzonderingen zijn bijvoorbeeld boze opzet van werkgever en werknemer en als een schijnzelfstandige zelf de bewuste keuze heeft gemaakt om, in weerwil van het arbeidsrecht, als zelfstandige het werk te verrichten en daarmee een eigen rol heeft gehad in het niet betalen van de premie.
Afijn, met het wetsvoorstel krijgen werkenden die onder een uurtarief van € 38 worden betaald– en die recht menen te hebben op een arbeidsovereenkomst – een sterkere rechtspositie. Het wetsvoorstel geeft werkenden uitsluitend een extra procesrechtelijk instrument, waarmee het eenvoudiger wordt om een arbeidsovereenkomst op te eisen, als zij daar recht op menen te hebben.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of anderszins over inhuur van arbeidskrachten? Neem dan contact met ons op.
