Negatief loon als gevolg van ‘bad-leaver’ bepaling

De Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst heeft op 14 april 2025 een standpunt ingenomen over of sprake is van negatief loon in de situatie waarbij aandelen in de werkgever worden verkregen waarop een ‘bad-leaver’ bepaling rust. Op basis van de ‘bad-leaver’ bepaling moet de werknemer bij een uitdiensttreding binnen een vastgestelde termijn de aandelen verplicht tegen een vooraf vastgestelde prijs aan de werkgever te koop aanbieden.

In de geschetste situatie heeft de werknemer door de overeengekomen ‘bad leaver’ bepaling een (papieren) verlies geleden (beter gezegd, minder winst gemaakt). De Belastingdienst geeft aan dat dit verlies als negatief loon kan worden aangemerkt.

Waarde in het economische verkeer

Art. 13, eerste lid, Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) bepaalt dat loon in natura in aanmerking wordt genomen naar de waarde in het economische verkeer (WEV) op het moment van de verwerving van het loon. Volgens de Hoge Raad kunnen bijkomende rechten en verplichtingen van invloed zijn op de WEV van aandelen. Een recht of verplichting die afhankelijk is van een zuiver subjectieve en in de sfeer van de dienstbetrekking gelegen factor is evenwel niet van invloed op de WEV van de aandelen. Volgens de Hoge Raad past dat niet in de regeling van artikel 13, eerste lid, Wet LB 1964.

In onderhavige situatie is het ‘bad-leaver’ risico afhankelijk van het al dan niet voortbestaan van de dienstbetrekking, zijnde een zuiver subjectieve factor die in de sfeer van de dienstbetrekking ligt. Het ‘bad-leaver’ risico is daardoor niet van invloed op de WEV bij de verwerving van de aandelen. Een vervreemdingsverbod kan daarentegen wel van invloed zijn op de WEV bij de verwerving van de aandelen.

Cumulatieve voorwaarden voor loon

Als de werknemer de WEV betaald zou hebben voor de aandelen, is geen sprake van loon in de zin van artikel 10, eerste lid, Wet LB 1964. Er ontbreekt dan het causaal verband tussen het voordeel en de dienstbetrekking om te kunnen spreken van loon.

Of het verlies kwalificeert als ‘negatief loon’ moet volgens de Belastingdienst beoordeeld worden aan de hand van de drie cumulatieve voorwaarden voor loon in de zin van  art. 10 Wet LB 1964. Zie een eerder bericht op onze website. Het aflopen van deze voorwaarden leert dat sprake is van negatief loon, zo moet het nadeel in de vermogenssfeer die de werknemer met die transactie lijdt, (in alle redelijkheid) worden toegerekend aan zijn dienstbetrekking.

De omvang van het negatief loon bedraagt het verschil tussen de WEV en de vastgestelde verkoopprijs.

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit bericht of de vraag hebben of een betaling kwalificeert als negatief loon , neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via