Normenkader bij Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten bekend

Na inwerkingtreding van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) per 1 januari 2027 zullen uitsluitend uitleners die hiertoe toegelaten of ontheven zijn, arbeidskrachten ter beschikking mogen stellen. Een uitlener verkrijgt een toelating indien hij voldoet aan de daartoe gestelde wettelijke eisen en het normenkader als bedoeld in art. 3a Regeling Waadi.

Normenkader

Het normenkader, dat gaat gelden voor de Wtta, is onlangs in de Staatscourant gepubliceerd. In de paragrafen 4 en 5 van de ministeriële regeling zijn de normen opgenomen.

Paragraaf 4. Normeisen algemeen:

  • eisen aan de identificatie van de onderneming;
  • verplichtingen inzake Nederlandse loonheffingen;
  • verplichtingen inzake Nederlandse omzetbelasting;
  • verwerking van de financiële administratie;
  • het voeren van een adequate (kas)administratie;
  • hanteren van een g-rekening;
  • verstrekking van inlichtingen en documenten.

Paragraaf 5. Normeisen ter beschikking stellen van arbeid:

  • eisen met betrekking tot de identificatie van de arbeidskracht;
  • eisen met betrekking tot de arbeidsovereenkomst;
  • verstrekken van informatie aan arbeidskracht;
  • huisvesting;
  • het voeren van een adequate loonadministratie;
  • verbandlegging uren;
  • het in- en doorlenen van personeel.

De eisen in het normenkader zijn grotendeels gebaseerd op bestaande wettelijke en arbeidsvoorwaardelijke verplichtingen. Een aanvrager dan wel toegelaten uitlener moet met een inspectierapport in het kader van een aanvraag tot toelating respectievelijk van de periodieke controle onderbouwen dat hij aan het normenkader voldoet. De inspecteur van de inspectie-instelling beoordeelt of de onderneming voldoet aan alle eisen en legt haar bevindingen vast in een inspectierapport.

Overtredingen

Een uitlener leeft het normenkader niet na in het geval sprake is van een ernstige overtreding (major) dan wel van een minder ernstige overtreding (minor). In het normenkader wordt aangegeven wanneer er sprake is van deze majors en minors.

Indien een reeds toegelaten uitlener het normenkader niet naleeft en hij bij het verstrekken van het inspectierapport aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de overtredingen niet heeft hersteld, wordt hij tijdens de zogenoemde zienswijzetermijn door de minister in de gelegenheid gesteld de overtredingen te herstellen voordat de minister overgaat tot schorsing van de toelating.

In het geval een minor is geconstateerd zal de minister bij het voornemen tot schorsen de uitlener ten minste vier maanden de tijd geven een zienswijze in te dienen. Ook in het geval van een major zal de minister bij het voornemen tot schorsen die uitlener in de gelegenheid stellen een zienswijze in te dienen. Deze zienswijze zal echter korter zijn dan bij een minor. In de onderhavige regeling wordt in het geval van een major geen minimale zienswijze vastgesteld.

Hoewel het normenkader voortkomt uit reeds bestaande wettelijke en arbeidsvoorwaardelijke verplichtingen, is het in het kader van de voorbereiding op de Wtta belangrijk om het normenkader goed door te nemen. Dat geldt voor zowel uitleners als inleners. Ook een inlener moet zich immers vergewissen of hij in de toekomst compliant met de uitlener kan blijven samenwerken.

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of anderszins over de Wtta? Neem dan contact met ons op.

 

Deel dit bericht via