Onzorgvuldig handelen van Belastingdienst staat aansprakelijkstelling in de weg

Als inlener kun je op basis van art. 34 Invorderingswet 1990 aansprakelijk worden gesteld voor de loonheffingen en omzetbelasting die de uitlener, bijvoorbeeld een uitzendbureau, verschuldigd is. Deze aansprakelijkheid heet de inlenersaansprakelijkheid.

De aansprakelijkheid op grond van dit artikel geldt niet met betrekking tot de loonheffingen en de omzetbelasting verschuldigd door de uitlener, indien aannemelijk is dat het niet betalen door de uitlener noch aan hem noch aan een inlener is te wijten. In de praktijk ervaren we dat de Ontvanger (lees: de Belastingdienst) deze disculpatiemogelijkheid niet of nauwelijks onderzoekt. Als aansprakelijkgestelde zul je dit zelf moeten aandragen. We hebben dit bewijs verschillende malen met succes aangedragen voor aansprakelijkgestelden.

Het kan ook zo zijn dat de Ontvanger zelf zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat hij de bevoegdheid heeft verloren om de uitlener aansprakelijk te stellen. Deze vraag stond centraal in een zaak waarover Gerechtshof ’s-Hertogenbosch onlangs uitspraak heeft gedaan.

Belanghebbende in deze zaak stelde dat de Ontvanger over de betreffende periode met onvoldoende zekerheden genoegen heeft genomen waardoor hij de onbetaald gebleven belastingschulden niet op hem/de inlener kan verhalen. De Ontvanger is gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het evenredigheids- en zorgvuldigheidsbeginsel. Doordat de Ontvanger onvoldoende zekerheden heeft verlangd van de belastingschuldige/de uitlener, heeft hij gehandeld in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en daarbij zijn bevoegdheid tot aansprakelijkstelling van belanghebbende verloren.

Het hof merkt in haar overweging op dat een zorgvuldig gebruik van de beleidsvrijheid van de Ontvanger om aan de belastingschuldige/de uitlener uitstel van betaling te verlenen en om daarbij zekerheid te verlangen, brengt mede dat hij daarbij rekening dient te houden met de belangen van derden (lees: inleners) die op grond van de wet aansprakelijk zijn voor de desbetreffende belastingschuld. In het bijzonder dient de Ontvanger bij het verlenen van uitstel van betaling aan de belastingschuldige/de uitlener niet met minder zekerheid genoegen te nemen dan hij bij een behoorlijke uitoefening van zijn taak zou hebben verlangd indien de wet hem niet de mogelijkheid zou hebben geboden derden voor die schuld aan te spreken. Indien de Ontvanger in strijd met deze regel toch uitstel van betaling heeft verleend voor de aanslag, kan hij de aansprakelijke derde (lees; de in lener) niet aansprakelijk houden voor zover de vennootschap ter gelegenheid van het verlenen van het betalingsuitstel zekerheid had kunnen verschaffen.

Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat de Ontvanger het bewijs levert dat, of in hoeverre, de belastingschuldige geen zekerheid kon bieden voor de betaling van de belastingschuld waarvoor belanghebbende aansprakelijk wordt gesteld.

Naar het oordeel van het hof heeft de Ontvanger niet aannemelijk gemaakt dat hij niet met minder zekerheid genoegen heeft genomen dan van hem bij een behoorlijke uitoefening van zijn taak mag worden verlangd. De Ontvanger heeft daarmee onzorgvuldig gehandeld. Het voorgaande betekent dat de Ontvanger de bevoegdheid heeft verloren om belanghebbende als inlener aansprakelijk te stellen voor de openstaande belastingschulden.

Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Of ben jezelf ook aansprakelijk gesteld door de Belastingdienst? Neem dan contact met ons op.

Deel dit bericht via