Personeelsfeest op de werkplek en de bijzondere waardering

De verstrekking van een maaltijd aan een werknemer wordt voor de loonheffing in principe aangemerkt als een verstrekking van loon. Voor de verstrekking van een maaltijd op de werkplek geldt krachtens art. 3.8, onderdeel a, URLB 2011  een forfaitaire waardering. Voor 2025 is deze € 3,95.

Heeft de maaltijd een meer dan bijkomstig zakelijk karakter, dan is krachtens art. 31a, lid 2, onderdeel b, Wet LB  een gerichte vrijstelling van toepassing is. Is er geen sprake van een maaltijd met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter én wordt de maaltijd ook niet op de werkplek verstrekt, dan moet aan de maaltijd de waarde in het economische verkeer worden toegerekend. Voor maaltijden kunnen dus drie verschillende waarderingen gelden.

Voor toepassing van een bijzondere waardering, zoals de forfaitaire waardering voor maaltijden en de nihilwaarderingen in de zin van art. 3.7 URLB, is in de regel vereist dat sprake is van een werkplek in de zin van art. 1.2, lid 1, onderdeel f, Wet LB. De voorziening moet dus gebruikt of verbruikt worden op de werkplek van de betreffende werknemer.

Voor wat betreft personeelsfestiviteiten is de voorwaarde van ‘op de werkplek’ verruimd. Krachtens art. 3.7, lid 2, URLB wordt voor personeelsfestiviteiten met een gezamenlijk karakter onder ‘werkplek’ verstaan alle werkplekken van werknemers van de inhoudingsplichtige of een met de inhoudingsplichtige in concernverband opererende inhoudingsplichtige als bedoeld in art 32 Wet LB.

Een organisatie met meerdere locaties die op één van haar locaties een personeelsfeest geeft voor alle werknemers kan voor alle werknemers de nihilwaardering en de forfaitaire waardering voor maaltijden op de werkplek toepassen. Hetzelfde geldt voor een organisatie die een personeelsfeest op haar locatie geeft en daar ook de werknemers van verbonden organisaties voor uitnodigt. Vereist is dan wel dat deze organisaties de concernregeling toepassen.

Uit het vorenstaande blijkt dat een op het oog eenvoudig onderwerp als een personeelsfeest de nodige vraag- en aandachtspunten met zich meebrengt. En dan zijn wij nog niet ingegaan vragen, zoals:

  • hoe om te gaan met de aanwezigheid van de partners van werknemers en derden, zoals uitzendkrachten, zzp’ers;
  • de kwalificatie van de reis naar de locatie waar het personeelsfeest wordt verzorgd.

De verruiming van het begrip ‘werkplek’ geldt dus voor personeelsfestiviteiten met een gezamenlijk karakter. Het is goed om te weten dat de Belastingdienst het standpunt inneemt dat deze verruiming bijvoorbeeld niet geldt voor de fitnessruimte op een locatie waar de werknemer normaliter niet komt voor zijn werk. Voor het gebruik van de fitnessruimte door deze werknemer zou de nihilwaardering dan niet gelden.

Zijn er vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via