Wanneer u recht heeft op zorgverlening dan kunt u kiezen hoe u zorg wilt ontvangen: via een persoonsgebonden budget (pgb) of via zorg in natura. Bij een pgb koopt u zelf zorg in. Bij zorg in natura bepaalt de gemeente, het zorgkantoor of de zorgverzekeraar uit welke zorgorganisatie u kunt kiezen.
Wilt u zelf bepalen waar, wanneer en van wie u zorgt ontvangt? Dan kunt u een pgb aanvragen. Een pgb is een bedrag waarmee u zelf zorg en ondersteuning inkoopt. U bepaalt zelf welke zorgverleners u gaan ondersteunen en wanneer zij komen. U sluit zelf contracten af met zorgverleners, maakt een planning en stuurt uw zorgverleners aan. Ook houdt u de administratie bij en regelt u zelf de betalingen.
Zorgverlening op basis van een pgb brengt dus verplichtingen voor de pgb-houder met zich mee en verlangt ook vaardigheden van de pgb-houder. U kunt hierover meer lezen op de website van de Rijksoverheid.
Op 8 juli 2025 heeft minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Tweede Kamer geïnformeerd over de risico op schijnzelfstandigheid in pgb-situaties. Dit risico speelt als de pgb-houder rechtstreeks een zorgverlener inhuurt op basis van een overeenkomst van opdracht.
Als sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen de zorgverlener en de pgb-houder, wordt de pgb-houder werkgever. Op dit moment geldt voor die situatie nog de Regeling dienstverlening aan huis als de zorgverlener op minder dan 4 dagen per week werkt in het huishouden van de pgb-houder. Deze regeling bepaalt onder andere dat werknemers niet verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen en dat de pgb-houder daar ook geen premies voor hoeft af te dragen. In de rechtspraak is echter geoordeeld dat pgb-zorgverleners toch verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Op dit moment is daarom een wetsvoorstel in voorbereiding waarmee wordt geregeld dat de Regeling dienstverlening aan huis niet langer van toepassing is op pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst. Het wetsvoorstel, dat onlangs bij de Tweede Kamer is ingediend, zou per 1 januari 2026 inwerking moeten treden. Eerder hebben we hierover bericht.
De minister benadrukt dat het risico van schijnzelfstandigheid speelt als de Regeling dienstverlening aan huis niet van toepassing is. Wanneer deze regeling straks niet meer van toepassing is, kunnen pgb-houders dus te maken krijgen met het risico van schijnzelfstandigheid d.w.z. het risico dat de arbeidsverhouding met de pgb-zorgverlener – anders dan partijen meenden of beoogden – toch als een arbeidsovereenkomst kwalificeert.
De minister geeft aan dat het voor een pgb-houder lastig is om te beoordelen of sprake is van arbeidsovereenkomst. In de Kamerbrief gaat de minister voorbij aan het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst dat hij wenst in te voeren ingeval werkzaamheden tegen een uurtarief van minder dan € 36,00 worden verricht. Dat de minister niet ingaat op het rechtsvermoeden is logisch, omdat particuliere opdrachtgevers worden uitgezonderd van de toepassing van het rechtsvermoeden.
De minister geeft tot slot van de Kamerbrief aan dat er wordt gewerkt aan meer duidelijkheid en handvatten voor pgb-houders om een goede keuze te maken op welke manier zij hun zorgverleners inhuren. Gezien de risico’s voor pgb-houders en de roep om pgb-fraude terug te dringen, lijkt het ons wenselijk om de keuze voor een pgb te ontmoedigen.
Wilt u meer weten over het voorkomen van schijnzelfstandigheid? Neem dan gerust contact met ons op.
