Onlangs hebben we bericht over de behandeling in de Eerste Kamer van het wetsvoorstel Invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. Het wetsvoorstel op basis waarvan werkenden met een laag uurtarief een sterkere rechtspositie krijgen bij het opeisen van een arbeidsovereenkomst.
Op 16 juni 2026 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel aangenomen. Hiermee heeft het kabinet haar doel om het wetsvoorstel uiterlijk 31 augustus 2026 te (kunnen) publiceren in het Staatsblad behaald.
De verwachting is dat het wetsvoorstel per 31 december 2026 in werking treedt. Minister Aartsen heeft immers aan de Eerste Kamer bericht dat er nog een periode wordt aangehouden tussen publicatie van de wet en inwerkingtreding, zodat partijen zich in de tussentijd kunnen voorbereiden op de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel. De minister heeft aangegeven dat indien de Kamer vóór het zomerreces (lees: van 8 juli 2026 t/m 7 september 2026) instemt met het wetsvoorstel en de inwerkingtreding op 31 december 2026 is gesteld, er sprake is van een gewenningsperiode van circa 6 maanden dat door de regering zeker voldoende wordt geacht. Eerder heeft de minister al aangegeven dat het wetsvoorstel uiterlijk 31 december 2026 in werking dient te treden indien Nederland de betreffende mijlpaal uit het Herstel- en Veerkrachtplan wenst halen.
Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat vanaf de inwerkingtreding van het wetsvoorstel het rechtsvermoeden onmiddellijke werking heeft. Dit houdt in dat de regels van toepassing zijn op elke arbeidsrelatie die op de dag van inwerkingtreding bestaat en op arbeidsrelaties die op of na die datum ingaan. Dit kan betekenen dat het rechtsvermoeden kan worden ingeroepen voor een arbeidsrelatie die is ingegaan voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel en doorloopt op of na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of anderszins over inhuur van arbeidskrachten? Neem dan contact met ons op.
