Eerder hebben wij bericht dat het kabinet werkt aan een steunpakket van bijna 1 miljard euro om de economische gevolgen van de gestegen energieprijzen -als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten- te dempen. In een Kamerbrief van 20 april 2026 heeft het kabinet haar plannen en maatregelen kenbaar gemaakt. De brief draagt de titel ‘Acties Weerbaarheid Energieschok’.
De maatregelen zijn langs drie hoofdlijnen vormgegeven: 1) koopkracht huishoudens en veerkracht bedrijven, 2) leveringszekerheid olie en gas en 3) bredere weerbaarheid van de economie. Met de huidige maatregelen beoogt het kabinet burgers en bedrijven gericht te steunen, en de weerbaarheid te vergroten door de afhankelijkheid van olie en gas uit het buitenland te verlagen.
Het kabinet geeft in de Kamerbrief aan voorbereid te zijn op vijf scenario’s.
De huidige maatregelen en de scenario’s waar het kabinet op voorbereid is, zijn samengevat in een overzichtelijk document. In bijlage 1 bij de Kamerbrief zijn de maatregelen budgettair uitgewerkt.
De volgende fiscale maatregelen vallen op:
- Verhogen onbelaste reiskostenvergoeding met € 0,02 naar € 0,25 per kilometer met ingang van 1 januari 2026.
- Gedurende 1 juli 2026 tot 1 januari 2027 (halfjaar) wordt motorrijtuigenbelasting tarief voor bestelauto’s van ondernemers verlaagd tot 50% en voor vrachtauto’s tot nihil.
- Afschaffen startersaftrek per 1 januari 2027.
- Vanaf 1 januari 2027 wordt de accijns op alcoholhoudende dranken jaarlijks geïndexeerd.
Eén van de maatregelen is dus de structurele verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding -met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026- van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer. Deze verhoging wordt eerst via een goedkeurend beleidsbesluit ingevoerd en later dit jaar opgenomen in een wetsvoorstel.
Het kabinet roept werkgevers hierbij op om van deze fiscale faciliteit gebruik te maken, zodat het voordeel daadwerkelijk bij de werknemers terechtkomt. Werkgevers die daadwerkelijk de vergoeding gaan verhogen van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer zien de reiskosten met bijna 9% stijgen. Veel werkgevers hebben echter hiervoor simpelweg niet de financiële ruimte. Een oplossing kan zijn dat werknemers belast loon uitruilen tegen een hogere onbelaste reiskostenvergoeding. Veel werkgevers kennen zo’n uitruilregeling woon-werkverkeer.
Een uitruilregeling kan inderdaad een interessante manier zijn om zonder stijging van loonkosten de werknemers een fiscaal voordeel te verstrekken. Echter, bij de introductie of wijziging van de vergoeding woon-werkverkeer binnen een uitruilregeling heeft de werkgever naar onze mening een zorgplicht. Wij vinden dat de werkgever werknemers moet wijzen op nadelen van een uitruilregeling en werknemers uitdrukkelijk moet laten bevestigen dat zij zich bewust zijn van de mogelijke nadelige gevolgen.
Een uitruilregeling zal voor medewerkers in lagere salarisschalen of die parttime werken een belastingvoordeel opleveren van veelal nog geen 35% van het uit te ruilen bedrag. Daar staan echter veel nadelen tegenover, zoals een lagere grondslag voor de opbouw van uitkeringsrechten, mogelijk minder vakantiebijslag, eindejaarsuitkering en loon bij ziekte, etc.
Je kunt je de vraag stellen of een uitruilregeling wel interessant is? Het is aan de werkgever om deze vraag ook de werknemer voor te leggen zodat hij deze afweging voor zichzelf kan maken.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of wil je meer weten over de aandachtspunten bij een uitruilregeling? Neem dan contact met ons op.
