Schenking aandelen aan bedrijfsopvolger vormt geen loon

Het loonbegrip in de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) is ruim. Maar hoe ruim? Vallen daar ook de aandelen onder die worden verkregen van de eigenaar van het bedrijf waarvoor je werkt?

In art. 10, eerste lid, Wet LB is de hoofdregel opgenomen voor wat onder ‘loon’ wordt verstaan: ‘Loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking.’

Deze definitie bevat drie cumulatieve voorwaarden:

  1. Er is sprake van genieten (voordeelseis).
  2. De werkgever verstrekt het voordeel en is zich daarvan bewust (verstrekkingseis).
  3. Er is voldoende causaal verband tussen het voordeel en de dienstbetrekking (causaliteitseis/leer van de redelijke toerekening).

Het begrip ‘verstrekken’ moet hierbij ruim worden opgevat. Tot het ‘loon’ behoren niet alleen door de werkgever verstrekte voordelen, maar ook in opdracht en voor rekening van de werkgever verstrekte voordelen. Denk aan de casus van de touringcarchauffeurs en medewerkers op een boorplatform, maar ook aan voordelen die binnen concernverband worden verstrekt. Voordelen die met medeweten van de werkgever worden geacht te zijn verstrekt.

Casus

Onlangs is een uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland gepubliceerd over de vraag of aandelen met een waarde van € 7,8 miljoen, die door de enig aandeelhouder van een bedrijf zijn geschonken aan zijn bedrijfsopvolger binnen het bedrijf, als ‘loon’ zijn aan te merken. De betreffende schenking van de aandelen is door een notaris vastgelegd in een notariële akte met ontbindende voorwaarden en een doorgeefverplichting aan toekomstige bestuurders.

Volgens de rechtbank vormen de geschonken aandelen geen loon uit dienstbetrekking. De aandelen behoren tot het privévermogen van de schenker en niet tot het vermogen van de werkgever. De schenker is voor zijn verarming (lees: de schenking) niet gecompenseerd door de werkgever. Hoewel er sprake is van een causaal verband tussen het verkregen voordeel en de dienstbetrekking, betekent dit nog niet dat de werkgever dit voordeel aan de werknemer als zodanig heeft verstrekt.

Medeweten

De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van loon dat van derden is ontvangen met medeweten van de werkgever. De enkele wetenschap van de schenking bij de werkgever doet aan het voorgaande niet af: die wetenschap maakt immers niet dat de werkgever ook de opdracht heeft gegeven en de rekening heeft betaald.

De Hoge Raad heeft in een arrest van 1 november 2000 aangegeven dat de situatie waarin binnen een concern een voordeel met medeweten van de werkgever wordt verstrekt door een andere concernmaatschappij dan die waarbij de werknemer in dienstbetrekking is en dat voordeel niet aan de werkgever wordt doorberekend, op één lijn gesteld met de situatie waarin het voordeel in opdracht en voor rekening van de werkgever wordt verstrekt. Naar het oordeel van de rechtbank is bij deze schenking hiervan geen sprake. In de eerste plaats is de schenker een natuurlijke persoon en geen andere concernmaatschappij. In de tweede plaats is er een wezenlijk verschil met de bedoelde concernsituaties waarbij bijvoorbeeld de kosten van het verstrekte voordeel op het niveau van het concern worden gedragen.

Volgens de rechtbank gaat het te ver om de concernregel uit het arrest van 1 november 2000 uit te breiden door ook de aandeelhouder-natuurlijk persoon als concernmaatschappij aan te merken.

Fooien en dergelijke prestaties

De Belastingdienst stelt nog dat sprake is van fooien en dergelijke prestaties van derden. Daarvoor is vereist dat de vergoeding als tegenprestatie voor verrichte werkzaamheden zijn aan te merken. Daarvan is in casu geen sprake.

Het feit dat de werknemer door de schenking is bevoordeeld, hij in dienstbetrekking is en hij geen nauwe, persoonlijke relatie met de schenker heeft, maakt op zichzelf niet dat daardoor de schenking een vergoeding vormt voor bepaalde prestaties die de werknemer heeft verricht. De Belastingdienst heeft niet aannemelijk gemaakt dat het overheersende motief voor de schenking de bedoeling is geweest om werknemer te bevoordelen voor diens prestaties.

Heb je vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht of anderszins over de verschuldigdheid van loonbelasting? Neem dan contact met ons op.

Deel dit bericht via