Onlangs hebben we een nieuwsbericht gewijd aan het vaststellen van het gebruikelijk loon voor degene die werkzaamheden verricht voor een lichaam waarin hij of zijn fiscale partner een aanmerkelijk belang (hierna: ab) heeft. De aanleiding was een uitspraak van Rechtbank Den Haag waarin is geoordeeld dat het gebruikelijk loon gecorrigeerd moet worden naar het loon van de meest verdienende werknemer.
De gebruikelijk loonregeling is opgenomen in art. 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB). Bij het vaststellen van het gebruikelijk loon moet, als voormeld, ook gekeken worden naar het loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam of met het lichaam verbonden lichamen.
Maar wat is nu een verbonden lichaam?
In art. 12a, vijfde lid, onder d, Wet LB wordt aangegeven dat bedoeld is een verbonden vennootschap in de zin van art. 10a, zevende lid, Wet LB. Daar is bepaald dat onder meer sprake is van een ‘met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap’ bij ‘een vennootschap waarin een derde voor ten minste een derde gedeelte belang heeft, terwijl deze derde tevens voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de inhoudingsplichtige’ (onderdeel c).
Op 24 maart 2026 is het standpunt van de Kennisgroep loonheffing algemeen gepubliceerd over de vraag wanneer een lichaam kwalificeert als een verbonden lichaam in de zin van art.12a Wet LB. Specifiek gaat het om de vraag wat in onderdeel c wordt verstaan onder een ‘derde’? Kan een ‘derde’ een natuurlijk persoon zijn en zo ja, op welke wijze moet dit worden beoordeeld?
De Kennisgroep komt tot de conclusie dat zowel natuurlijke personen als rechtspersonen een derde kunnen zijn in de zin van art.10a, zevende lid, Wet LB. Bij het vaststellen of lichamen verbonden zijn, moet volgens de Kennisgroep gekeken worden vanuit een helikopterbenadering d.w.z. niet (alleen) vanuit het perspectief van het lichaam waarbij de inhoudingsplichtige en de betreffende ab-houder betrokken partijen zijn.
Het standpunt van de Kennisgroep in combinatie met voornoemde uitspraak van Rechtbank Den Haag lijkt ertoe te leiden dat je als inhoudingsplichtige in kaart moet brengen welke lichamen en natuurlijke personen ten minste een derde gedeelte belang in jou hebben en of zij tevens voor ten minste een derde gedeelte belang hebben in een ander lichaam. Wanneer dat overzicht er is, zullen de verbonden vennootschappen de salarissen van de meest verdienende werknemers met elkaar moeten gaan delen. We vragen ons hardop af of de wetgever dit voor ogen heeft gehad?
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of wil je meer weten over de gebruikelijk loonregeling? Neem dan contact met ons op.
