Staatssecretaris Heijnen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) heeft op 18 november 2025 schriftelijk antwoord gegeven op de Kamervragen, die gesteld zijn tijdens het eerste wetgevingsoverleg, over het pakket Belastingplan 2026.
Tijdens de eerdere behandeling van het pakket Belastingplan 2026 deed de staatssecretaris een aantal interessante uitspraken en ook nu weer. We hebben er een aantal samengevat.
Fiets van de zaak
- De staatssecretaris herhaalt dat een fiets die in bruikleen wordt geven aan de werknemer na verloop van 5 jaar geen restwaarde meer heeft. De waardevermindering van een fiets is 20% op jaarbasis, zodat de restwaarde van een fiets na 5 jaar nihil bedraagt. De werkgever kan de fiets na deze 5 jaar dus in eigendom geven aan de werknemer zonder dat sprake is van een loonvoordeel en daarmee gevolgen voor de loonheffingen.
- Voor ter beschikking gestelde deelfietsen, zoals hub-, ov- en dienstfietsen, die in het kader van woon-werkverkeer worden gebruikt, hoeft niet getoetst te worden of de fiets al dan niet meer dan bijkomstig bij het woon- of verblijfadres wordt gestald. Gezien het karakter van deze fietsen kan deze toetsing voor deze fietsen achterwege blijven.
Ondernemersvereniging en btw
Ondernemersverenigingen, zoals winkeliersverenigingen, zijn niet steeds voor al hun activiteiten als ondernemer te kwalificeren. Dit kan tot gevolg hebben dat btw die drukt op de aan deze (niet-ondernemers) activiteiten toerekenbare aangeschafte goederen en diensten niet in aftrek kan worden gebracht. Dit terwijl individuele leden de btw veelal wel in aftrek kunnen brengen. In paragraaf 5.2.6.1 van het besluit van 26 november 2024 zijn voorwaarden opgesomd waaronder de ondernemersvereniging de btw toch in aftrek kan brengen.
In de Kamerbrief van 18 november 2025 merkt de staatssecretaris op dat ondernemersfondsen in de vorm van een stichting geen gebruik kunnen maken van deze goedkeuring. De reden hiervan is dat voor de mate van aftrek bij de ondernemersvereniging wordt aangesloten bij het aftrekrecht van de leden en het feit dat de kosten feitelijk worden gedragen door de aangesloten leden. Er is voor gekozen om dat alleen toe te staan bij verenigingen omdat een stichting geen leden heeft en daarom voor het aftrekrecht niet kan worden aangesloten bij een duidelijk met de entiteit verbonden afgebakende groep. De goedkeuring uitbreiden naar de veel diffusere situaties bij stichtingen, zou volgens de staatssecretaris de goedkeuring zowel voor ondernemers als de Belastingdienst veel moeilijker uitvoerbaar maken en zou tevens afbreuk doen aan het uitgangspunt van de goedkeuring dat voor het aftrekrecht wordt aangesloten bij het aftrekrecht van de leden.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan gerust contact met ons op.
