Toepassing van werkkostenregeling bij werknemer zonder inhoudingsplichtige in de zin van Wet LB

Wanneer je als werknemer een werkgever hebt die in Nederland inhoudingsplichtig is in de zin van art. 6 van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) dan kan deze werkgever vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen als eindheffingsloon in de zin van art. 31, eerste lid, onderdeel f en g, Wet LB. Dit betekent dat dan de vrije ruimte en de gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling kunnen worden toegepast.

Maar wat als je een werkgever hebt die niet in Nederland inhoudingsplichtig is?

De Hoge Raad heeft op 27 mei 2022 geoordeeld dat gelet op art. 3.84, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrije ruimte in aftrek kunnen brengen op hun inkomen in de inkomstenbelasting. Deze werknemers kunnen in 2025 dus in principe zonder nadere voorwaarden 2,0% van hun aan Nederland toe te rekenen brutoloon aftrekken in de inkomstenbelasting. Dit geldt tot een brutoloon van maximaal € 400.000, daarboven is het 1,18%.

Voor toepassing van de gerichte vrijstellingen is aanwijzing als eindheffingsloon is vereist. Hoe moet deze aanwijzing worden aangetoond als er geen inhoudingsplichtige voor de Wet LB is?

Over deze rechtsvraag heeft de Hoge Raad op 24 oktober 2025 uitspraak gedaan. In  dit arrest verwijst de Hoge Raad naar zijn eerdere uitspraak van 5 september 2025 waarin de Hoge Raad heeft aangegeven dat in algemene zin moet worden aangenomen dat voor toepassing van art. 3.84, tweede lid, Wet IB 2001 geen vereiste is dat de werkgever vergoedingen of verstrekkingen heeft aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Dit brengt mee dat een vergoeding of verstrekking op grond van artikel 3.84, tweede lid, Wet IB 2001 vrijgesteld is voor zover zij voldoet aan de eisen die artikel 31a, tweede lid, Wet LB aan de desbetreffende gerichte vrijstelling stelt, maar zonder dat een aanwijzing als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, Wet LB nodig is.

Met deze arresten verduidelijkt de Hoge Raad hoe de werkkostenregeling moet worden toegepast bij werknemers die geen werkgever hebben die inhoudingsplichtig is in de zin van art. 6 Wet LB.  Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via