Eén van de gezichtspunten die in aanmerking moet worden bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie is ‘ondernemerschap’. Het zijn van ondernemer is een indicatie voor het niet-zijn van werknemer. Het ontbreken van ondernemerschap kan daarmee een indicatie vormen voor werknemerschap, zo merkte de Hoge Raad op in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023.
In een zaak over de kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen Uber en chauffeurs heeft het Gerechtshof Amsterdam een aantal prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld over het gezichtspunt ‘ondernemerschap’. De Hoge Raad heeft deze vragen beantwoord in het Uber arrest van 21 februari 2025.
Met de uitleg van de Hoge Raad van het gezichtspunt ‘ondernemerschap’ heeft Gerechtshof Amsterdam op 27 januari 2026 uitspraak gedaan in de zaak over de vraag of chauffeurs een arbeidsovereenkomst hebben met Uber.
Het hof komt tot het oordeel dat de chauffeurs geen arbeidsovereenkomst hebben omdat bij hen sprake is van een sterke mate van ondernemerschap. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid.
Hoewel het hof niet uitsluit dat er individuele chauffeurs zijn die op basis van een arbeidsovereenkomst voor Uber werken, heeft het hof bij gebreke van gegevens met betrekking tot individuele omstandigheden geen individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen voor wie dat geldt. Omdat niet is komen vast te staan of en, zo ja, welke chauffeurs een arbeidsovereenkomst hebben, heeft het hof geen algemeen oordeel kunnen geven over de toewijsbaarheid van gevorderde vergoedingen.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact met ons op.
