De Hoge Raad heeft op 11 april 2025 geoordeeld dat sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers die via het platform werkten. Er was geen sprake van een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de particuliere huishoudens.
Het inmiddels failliete Helpling was een online platform langs welke weg schoonmakers en huishoudens afspraken konden maken over huishoudelijke werkzaamheden. Een schoonmaker die via Helpling wilde werken, kon zich bij de Helpling-website aanmelden en een inschrijvingsproces doorlopen. De schoonmaker kon aangeven voor welk uurtarief – binnen door Helpling gestelde grenzen – hij of zij wilde werken. Een huishouden dat op zoek was naar een schoonmaker kon dat ook op het platform laten weten. Helpling stelde facturen op en ontving commissie voor de bemiddeling.
De FNV en een schoonmaakster stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers, of anders een uitzendovereenkomst. Rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen af en oordeelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW tussen het huishouden en de schoonmaker. Gerechtshof Amsterdam oordeelt in hoger beroep dat sprake is van een uitzendovereenkomst in de zin van art. 7:690 BW. Zowel FNV als Helpling gaan in cassatie. Advocaat-generaal (A-G) de Bock concludeerde op 5 juli 2024 dat een arbeidsovereenkomst bestaat tussen de schoonmakers en Helpling. De A-G adviseerde daarop de Hoge Raad om het oordeel van het Hof te vernietigen.
Volgens de Hoge Raad bevat de tekst van art. 7:690 BW geen aanwijzingen voor de rechtsopvatting dat de terbeschikkingstelling van een uitzendkracht uitsluitend kan plaatsvinden in het kader van een beroep of bedrijf van de inlener. Uit de wetsgeschiedenis of het stelsel van de wet vloeit dit ook niet voort . De Hoge Raad komt – dus anders dan de A-G – tot het oordeel dat de in deze driehoeksverhouding (Helpling, schoonmaker, huishouden) overeengekomen rechten en verplichtingen moeten leiden tot kwalificatie van de overeenkomst als uitzendovereenkomst.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof dat sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmaker. Hoewel de schoonmaker haar werkzaamheden verricht onder toezicht en leiding van het huishouden, heeft Helpling (en niet het huishouden) de formele gezagsrelatie en beheert zij ook de betalingen. Het cassatieberoep van zowel Helpling als FNV wordt dus verworpen.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht of over de kwalificatie van een arbeidsrelatie, neem dan gerust contact met ons op.
