Op 29 januari 2026 is een uitspraak (beter gezegd, twee uitspraken hier en hier) van Rechtbank Gelderland gepubliceerd waarin het onder meer ging om de vraag of het bezoek aan voetbalwedstrijden een zakelijk karakter had.
In de betreffende zaak ging het om een directeur-grootaandeelhouder (dga) van een schoonmaakbedrijf. Het bedrijf beschikte over twee seizoenkaarten (skyboxplekken) voor Ajax. Daarnaast had het bedrijf enkele tientallen losse wedstrijdkaarten gekocht. Bij een boekenonderzoek bleek dat de dga met een ter beschikking gestelde auto naar de ArenA te Amsterdam was gereden. Er vond voor de ter beschikking stelling van deze auto geen bijtelling plaats. De vraag die de Belastingdienst daarom beantwoord wenste te hebben, was of de ritten naar de ArenA zakelijke ritten waren. Daarvoor was het karakter van stadionbezoek belangrijk. De dga stelt dat de kaarten voor de wedstrijden van Ajax acquisitiemiddelen waren om potentiële klanten mee te nemen naar voetbalwedstrijden dan wel hen in de gelegenheid te stellen een voetbalwedstrijd bij te wonen door kaarten ter beschikking te stellen. Verder stelt de dga tijdens wedstrijden en evenementen in het stadion nieuwe contacten op te doen die zich ontwikkelen tot nieuwe omzet. De dga heeft echter niet duidelijk gemaakt met welke (potentiële) klanten de wedstrijden zijn bezocht.
Een voetbalwedstrijd heeft een hoge mate recreatief karakter
De rechtbank merkt op dat het een feit van algemene bekendheid is dat het bezoeken van voetbalwedstrijden in hoge mate een recreatief karakter heeft. De rechtbank neemt daarom aan dat werknemers, zo zij een wedstrijd hebben bezocht, deze hebben bezocht uit eigen persoonlijke behoeften bevrediging. Het is dan ook aan de werkgever om feiten en omstandigheden aannemelijk te maken, waaruit het zakelijk karakter van de verstrekking volgt. Naar het oordeel van de rechtbank is de werkgever daar in casu niet in geslaagd. Het had op de weg van de werkgever gelegen om inzichtelijk te maken door wie de kaarten zijn gebruikt en of dat een zakelijk- of privédoel heeft gehad.
Loon en geen dividend
Naar het oordeel van de rechtbank is dus sprake van loon en daarmee faalt de stelling, inhoudende dat de dga het voordeel heeft ontvangen als aandeelhouder en niet als werknemer. Volgens art. 2.14 van de Wet IB 2001 wordt een voordeel, dat op grond van meerdere artikelen als belastbaar inkomen kan worden aangemerkt, uitsluitend op grond van het als eerste opgenomen hoofdstuk of de als eerste opgenomen afdeling of paragraaf aangemerkt als bestanddeel van het belastbare inkomen. Het belastbare loon is opgenomen in afdeling 3.3 en het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang in afdeling 4.1. Dit betekent dat de rechtbank in de eerste plaats moet beoordelen of sprake is van loon. En dat heeft de rechtbank gedaan.
Het oordeel dat de wedstrijdbezoeken een consumptief karakter hadden (d.w.z. het zakelijk karakter is niet aangetoond) maakt dat er een bijtelling voor de ter beschikking gestelde auto in aanmerking had moeten worden genomen.
Geen pleitbaar standpunt
De dga kon zich in de boetesfeer niet beroepen op een pleitbaar standpunt teneinde de opgelegde verzuimboete te voorkomen. Doordat op geen enkele wijze was geadministreerd voor welk doel en door wie de kaarten werden gebruikt, gaat dit beroep niet op.
Heb je vragen naar aanleiding van dit nieuwsbericht? Neem dan gerust contact met ons op.
