Voor zover vergunningaanvraag ziet op verblijf is sprake van loon

Op 20 mei 2025 zijn twee standpunten van de Kennisgroep loonheffing algemeen van de Belastingdienst gepubliceerd.

Het eerste standpunt is ingenomen op de vraag of de aanvraag, verlenging of omzetting van een verblijfs- en/of tewerkstellingsgunning op grond van de kennismigrantrenregeling door een werkgever (belast) loon vormt voor de werknemer?

De Belastingdienst is van mening dat de (advies)kosten van de aanvraag, verlenging en omzetting van de vergunning moeten worden gesplitst. Enerzijds in een deel dat belast loon vormt voor zover het verblijf van de werknemer betreft (verblijfsvergunning) en het een voordeel voor de werknemer oplevert en anderzijds een deel dat geen belast loon vormt voor zover het de tewerkstellingsvergunning (TWV) betreft (beter gezegd, een op de werkgever rustende verplichting op grond van de Vreemdelingenwet 2000) en geen voordeel voor de werknemer oplevert.

In de situatie dat het een aanvraag betreft voor een vreemdeling van buiten de EU/EER of Zwitserland voor een verblijf van 90 dagen of langer in Nederland, vraagt de werkgever een verblijfsvergunning aan. Omdat het samenhangt met het verblijf van de werknemer, vormen de leges die door de werkgever worden betaald aan de IND belast loon. De werknemer geniet immers een voordeel dat voortkomt uit de dienstbetrekking en waarvan de werkgever zich bewust is. De werkgever kan het eventuele voordeel aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Alsdan kan de gerichte vrijstelling voor extraterritoriale kosten van art. 31a, tweede lid, onderdeel e, Wet LB worden toegepast.

De werknemer geniet dus een voordeel als de werkgever de aanvraag voor het verblijfsdeel doet of door een adviseur laat doen. De werkgever dient, als hij de aanvraag zelf doet, het voordeel in aanmerking te nemen naar de waarde in het economische verkeer . Als de werkgever een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld een adviseur) inhuurt om de aanvraag te verzorgen, moet hij het voordeel waarderen op de factuurwaarde voor zover deze ziet op het verblijfsdeel van de vergunning.

De kennisgroep heeft in 2024 aangegeven dat zij de advieskosten voor de aanvraag, verlenging of omzetting van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) door een werkgever als (belast) loon ziet, voor zover het verblijf van de werknemer betreft. Dezelfde redenatie wordt in voornoemd standpunt gevolgd. Voor zover het de tewerkstelling betreft is geen sprake van belast loon.

Het tweede standpunt van de Kennisgroep ziet op een speciale regeling voor leidinggevenden, specialisten en trainees met een nationaliteit van buiten de EU, de EER of Zwitserland, die binnen de groep worden overgeplaatst naar de Nederlandse vestiging. Zij kunnen op basis van de Europese intra corporate transferee Richtlijn in aanmerking komen voor een vergunning intra-corporate transferee (ICT). De ICT is een vorm van een GVVA.

Vormt de aanvraag, verlenging of omzetting van een ICT door een werkgever (belast) loon voor de werknemer? Ook hier geldt dat de (advies)kosten van de ICT moeten worden gesplitst in een deel belast loon voor zover het verblijf van de werknemer betreft en een deel dat geen belast loon vormt voor zover het de tewerkstelling betreft. De leges die door de werkgever worden betaald aan de IND zijn belast loon.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht, neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via