Wanneer kwalificeren (bijstands)uitkeringen aan zelfstandigen als eindheffingsloon?

De gemeente is inhoudingsplichtig voor de loonbelasting en premies volksverzekeringen over de uitkering die ze verstrekt ingevolge de Participatiewet. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor de juiste inhouding en afdracht van loonheffing.

In art. 78f van de Participatiewet is bepaald dat bij of krachtens een AMvB regels worden gesteld tot het verlenen van bijstand aan zelfstandigen en zij die voornemens zijn een bedrijf of een zelfstandig beroep te beginnen. Deze AMvB is het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).

De gemeente verstrekt dus op grond van het Bbz 2004 aan startende zelfstandigen inkomensaanvullende tegemoetkomingen. Deze tegemoetkomingen worden in eerste aanleg als renteloze lening verstrekt, omdat pas na afloop van het boekjaar kan worden vastgesteld of daadwerkelijk aanspraak bestaat op een aanvulling tot bijstandsniveau. Bij de definitieve Bbz-vaststelling na afloop van het boekjaar beoordeelt een gemeente definitief of de renteloze lening wordt omgezet in een bedrag om niet dan wel een renteloze geldlening blijft.

In art. 31, lid 1, onderdeel c, Wet LB is bepaald dat sommige uitkeringen van publiekrechtelijke aard bij ministeriële regeling verplicht als eindheffingsloon worden aangemerkt. Deze ministeriële regeling is art. 8.1, onderdeel e, URLB 2011. Eén van de uitkeringen van publiekrechtelijke aard die in dit artikel worden genoemd, zijn de uitkeringen bij of krachtens  art. 78f van de Participatiewet, oftewel de tegemoetkomingen op grond van de Bbz 2004.

Aan Kennisgroep loonheffing algemeen zijn zes situaties voorgelegd met de vraag wanneer gemeenten eindheffing verschuldigd zijn over de Bbz-uitkeringen aan zelfstandigen die eerst in de vorm van een renteloze lening zijn verstrekt en daarna zijn omgezet in een bedrag om niet op grond van art. 8.1, onderdeel e, URLB 2011. Op 13 november 2025 zijn de antwoorden van de kennisgroep op deze vragen gepubliceerd.

Wanneer de Bbz-uitkeringen als periodieke uitkeringen blijken te kwalificeren dan is sprake van eindheffingsloon in de zin van art. 31, lid 1, onderdeel c, Wet LB en is de gemeente de eindheffing verschuldigd. Ontbreekt de periodiciteit dan is het bedrag om niet onbelast.

Deel dit bericht via