Werkgever heeft verantwoordelijkheid bij controle Whk-beschikking

Jaarlijks in november ontvangen werkgevers de beschikking Werkhervattingskas (Whk-beschikking) van de Belastingdienst. In deze beschikking staat welk premiepercentage de werkgever komend kalenderjaar moet betalen als WGA-premie en ZW-premie, tenzij de werkgever eigen risicodrager is voor de lasten van een WGA- respectievelijk ZW-uitkering. Ook staat in de Whk-beschikking de sectorindeling.

De hoogte van de premies is (mede) afhankelijk van de kwalificatie als kleine, middelgrote of grote werkgever. De kwalificatie wordt bepaald door de premieloonsom van twee jaar eerder.

Op 29 oktober 2025 is een uitspraak van Hof Den Bosch gepubliceerd waarin het ging om de vraag of het voor de werkgever (een grote werkgever) kenbaar had moeten of kunnen zijn dat de oorspronkelijke beschikking Whk foutief was afgegeven. Het hof is van oordeel dat hiervan sprake is, zodat de inspecteur op grond van art. 38, lid 8, Wet Wfsv de beschikkingen Whk heeft mogen herzien. Dit artikel biedt de inspecteur -onder voorwaarden- de mogelijkheid om de Whk-beschikking ten nadele van de werkgever te herzien.

In casu had de Belastingdienst bij het opstellen de oorspronkelijke beschikking Whk niet danwel op onjuiste wijze rekening gehouden met het feit dat de werkgever teruggekeerd was naar het publieke bestel, nadat hij daarvoor eigenrisicodrager voor de ZW was. Door deze terugkeer had in het tweede jaar met een hogere terugkeerpremie gerekend moeten worden (2,29% in plaats van 0,10%). En dat was dus niet gebeurd.

Toen de Belastingdienst de omissie ontdekte, heeft de inspecteur een herzieningsbeschikking afgegeven waarin de ZW-component is verhoogd met 2,19%. Vanwege de afgifte van de herzieningsbeschikkingen heeft de inspecteur de door werkgever verschuldigde Whk-premie opnieuw vastgesteld. Dit heeft geresulteerd in het opleggen van een naheffingsaanslag loonheffingen naar een bedrag van € 125.374. Werkgever was van mening dat de Inspecteur niet kon terugkomen op de onjuiste beschikking.

Het hof achtte het dus aannemelijk dat de fout redelijkerwijs kenbaar had moeten zijn voor de werkgever. Zo had de werkgever zelf verzocht om de beëindiging van het eigenrisicodragerschap ZW. Daardoor had hij redelijkerwijs kunnen weten dat dit een hogere premie voor twee jaar met zich meebracht. Daarnaast vermeldde de herziene beschikking Whk voor 2017 een ZW-component van 1,97%, terwijl die op de oorspronkelijke beschikking 2018 slechts 0,10% bedroeg. Dit grote verschil had de werkgever moeten opvallen.

Uit deze uitspraak wordt duidelijk dat je als werkgever een verantwoordelijkheid hebt bij de beoordeling van de juistheid van de Whk-beschikking. Naast de controle van de hoogte van de premie zal ook de juistheid van de sectorindeling gecontroleerd moeten worden.

Heb je vragen over de Whk-beschikking of misschien wel een discussie met de Belastingdienst hierover, neem dan gerust contact met ons op.

Deel dit bericht via