Op 19 mei 2025 is het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel wijzigt de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) teneinde aan flexibele arbeidskrachten meer zekerheden te verschaffen over werk en inkomen. Met welke voorstellen wil het kabinet dit realiseren?
1. Uitzendkrachten krijgen recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers
Mensen die werken via een uitzendbureau krijgen recht op minimaal dezelfde arbeidvoorwaarden als mensen die regulier in dienst zijn. Ook worden de fases van uitzendwerk waarin je elke dag kan worden ontslagen of niet weet hoeveel uren je kan werken verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Op die manier zorgt het wetsvoorstel voor meer zekerheid voor uitzendkrachten en minder uitbuiting via uitzendconstructies van bijvoorbeeld arbeidsmigranten.
2. Strengere regels om draaideurconstructies met tijdelijke contracten te voorkomen
Het uitgangspunt van de nieuwe wet is dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller een vast dienstverband krijgen. In de huidige wet mag er na drie tijdelijke contracten zes maanden lang geen tijdelijk contract gegeven worden. Om draaideurconstructies tegen te gaan wordt deze termijn in de nieuwe wet vervangen door een termijn van 5 jaar. Ook mag er in de cao nog maar beperkt uitzonderingen op deze regel worden gemaakt.
3. Oproepcontracten worden vervangen door contracten met een minimum- en maximumaantal uren
In plaats van de nulurencontracten komt er een bandbreedtecontract. Daarin wordt er minimum- en een maximumaantal uren afgesproken, waarbij het verschil maximaal 130% is. Dit betekent dat bij een minimum van 10 uur het maximum 13 uur is. Oproepen die boven het maximum zitten mogen door de werknemer geweigerd worden. En als er structureel meer wordt gewerkt moet er een contract worden aangeboden met een hoger aantal uren. Deze wijziging zorgt voor meer zekerheid bij de werknemer over het inkomen en de uren waarop je wordt ingeroosterd. De wet kent wel een uitzondering voor bijbanen van jongeren, scholieren en studenten, zij kunnen op een oproepcontract blijven werken.
Het doel is om het wetsvoorstel per 1 januari 2027 in werking te laten treden. Het onderdeel gelijke beloning voor uitzendkrachten kan al een jaar eerder in werking treden, op 1 januari 2026. Samen met een aantal andere wetsvoorstellen, zoals het wetsvoorstel ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ dat binnenkort aan de Tweede Kamer wordt aangeboden, vormt dit voorstel een hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt die moet zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en meer wendbaarheid voor ondernemers. Deze wetsvoorstellen komen voort uit afspraken die het kabinet in 2023 heeft gemaakt met vakbonden en werkgevers.
Update
Op 6 juni 2025 is het advies van de Afdeling advisering Raad van State en het nader rapport in de Staatscourant gepubliceerd.
Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht, neem dan gerust contact met ons op.
