Minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 7 juli 2025 namens het kabinet het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) naar de Tweede Kamer gestuurd.
Verduidelijking
Dit wetsvoorstel wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in verband met het verduidelijken van wanneer sprake is van werken in dienst van een ander in de zin van artikel 7:610 BW. De criteria wanneer iemand werknemer is en wanneer gewerkt kan worden als zelfstandige komen in de wet te staan. Hiermee hoopt het kabinet meer duidelijkheid te bieden aan de criteria waaraan wordt getoetst. Het wetsvoorstel verduidelijkt dus de criteria, maar wijzigt ze inhoudelijk niet ten opzichte van de nu geldende gerechtelijke uitspraken.
Rechtsvermoeden
Daarnaast kunnen zzp’ers die minder dan € 36,00 per uur verdienen straks stellen werknemer te zijn en een beroep doen op de bijbehorende rechten. Als de zzp’er een beroep op het vermoeden heeft gedaan, dan is het aan de werkgever om aan te tonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en er als zelfstandige gewerkt wordt.
Het uurtarief waaronder het rechtsvermoeden geldt wordt ieder jaar aangepast aan de stijging van het minimumloon. Het bedrag wordt naar boven afgerond op hele euro’s, zodat werkgevers weten waar ze aan toe zijn. Het bedrag van € 35,43 (peildatum 1 januari 2025) wordt daarom naar boven afgerond op € 36,00. Eerder hebben wij bericht dat dit uurtarief per 1 januari 2026 weleens € 38,00 zou kunnen zijn.
Inwerkingtreding
Als de Tweede Kamer instemt met het voorstel, gaat het wetsvoorstel door naar de Eerste Kamer. Als ook de Eerste Kamer instemt wordt het wetsvoorstel volgens planning op 1 juli 2026 van kracht. Er geldt geen overgangsrecht. Dat betekent dat het na inwerkingtreding van de wet per direct van kracht is en mensen er een beroep op kunnen doen.
Heeft u vragen over de Vbar? Neem dan gerust contact met ons op.
