Wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ ingediend

Staatssecretaris Van Oostenbruggen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) heeft op 19 mei 2025 het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ aangeboden aan de Tweede Kamer. De huidige forfaitaire vaststelling van het inkomen uit sparen en beleggen zou met het wetsvoorstel komen te vervallen. Voorgesteld is een stelsel op basis van werkelijk rendement, met een combinatie van vermogensaanwas- en vermogenswinstbelasting..

Sinds de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001heeft de belastingheffing over het inkomen uit sparen en beleggen (‘box 3’) een forfaitair karakter. Een forfaitaire heffing is voor zowel belastingplichtigen als de Belastingdienst eenvoudig. Deze sluit echter niet goed aan op het rechtvaardigheidsbeginsel, omdat de te betalen belasting niet afhangt van het werkelijke inkomen uit sparen en beleggen.

Met het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box 3’ stelt het kabinet voor om een nieuw stelsel voor de belastingheffing in box 3 in te voeren. In het nieuwe stelsel wordt inkomstenbelasting als hoofdregel geheven over het werkelijke rendement uit sparen en beleggen op basis van vermogensaanwas. Hierbij worden de werkelijke inkomsten uit vermogen en de (positieve of negatieve) waardeontwikkeling belast en zijn kosten aftrekbaar.

Voor onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen geldt als uitzondering op de hoofdregel een vermogenswinstbelasting. Daardoor wordt waardeontwikkeling voor deze vermogensbestanddelen belast bij realisatie, zoals bij verkoop. De reguliere inkomsten van onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen, zoals huur en dividend, zijn belast in het jaar waarin zij worden ontvangen.

Het doel is om het voorgestelde stelsel per 1 januari 2028 in te voeren.

Deel dit bericht via