Wanneer iemand werkt in een ander land dan waar hij woont, kan de situatie ontstaan dat beide landen claimen heffingsbevoegd te zijn over het inkomen. Een belastingverdrag voorkomt dat in zowel het land van wonen als het land waar de werkgever is gevestigd belasting verschuldigd is over hetzelfde inkomen. Een belastingverdrag voorkomt dus dubbele belastingheffing door te bepalen welk land heffingsbevoegd is.
Doorgaans is in een belastingverdrag voor werknemers geregeld dat belasting is verschuldigd in het land waar de werkzaamheden fysiek zijn verricht (het werkland). Een belastingverdrag maakt op deze hoofdregel vaak een uitzondering wanneer aan drie cumulatieve voorwaarden worden voldaan. Deze voorwaarden worden vaak aangeduid als de 183-dagenregeling. Bij werknemers in overheidsdienst is doorgaans bepaald dat het land van de overheid heffingsbevoegd is.
Met ingang van 1 januari 2026 is het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland gewijzigd. Deze wijzigingen brengen nieuwe regels met zich mee voor werknemers die thuiswerken en overheidswerknemers.
Thuiswerkdrempel
Met ingang van 1 januari 2026 geldt een thuiswerkdrempel. Deze thuiswerkdrempel houdt in dat werknemers die in het ene land wonen en in het andere land werken, tot maximaal 34 dagen per kalenderjaar kunnen (thuis)werken zonder dat dit gevolgen heeft voor de belastingheffing over hun loon. In dat geval blijft de belastingheffing over het inkomen volledig in het land van de werkgever waar normaliter wordt gewerkt. Zonder deze regeling zou immers het woonland heffingsbevoegd zijn over een incidenteel thuiswerkdag.
Er is sprake van een thuiswerkdag als de werknemer op die dag meer dan 30 minuten thuiswerkt. Dagen die worden gewerkt in een derde-land wordt hierbij aangemerkt als (thuis)werkdag in het woonland. Voorwaarde is wel dat de werknemer voor die dag betaald wordt. Aanwezigheidsdiensten, zelfs wanneer de werknemer wordt opgeroepen om daadwerkelijk werk te verrichten, worden echter niet meegenomen bij het vaststellen van een werkdag.
Voor de situaties dat de werknemer thuiszit vanwege verlof na kennisgeving van beëindiging van de dienstbetrekking of in opdracht van de werkgever of een regering, wordt aangesloten bij de situatie die zou gelden indien de hiervoor benoemde situaties zich niet hadden voorgedaan.
Door de thuiswerkdrempel kan een Nederlandse werkgever in de situatie dat een in Duitsland wonende werknemer op maximaal 34 dagen in een kalenderjaar in Duitsland (thuis)werkt, over het volledige salaris loonbelasting inhouden. Een splitsing naar werkdagen kan dan achterwege blijven.
Overheidswerknemers
Een andere belangrijke wijziging betreft het heffingsrecht over het loon van overheidswerknemers. Het loon van Nederlandse overheidswerknemer die (mede) uit privéoverwegingen in Duitsland wonen en deels in Duitsland werken, wordt vanaf 1 januari 2026 ook deels belast in Duitsland. Op hen gaat in feite hetzelfde regime gelden als niet-overheidswerknemers. Voor deze overheidswerknemers geldt ook de thuiswerkdrempel van 34 dagen.
Wanneer de werknemer in verband met het verrichten van overheidswerkzaamheden naar Duitsland is uitgezonden, blijft het heffingsrecht bij Nederland.
Kortom, waar Nederlandse overheidswerkgevers tot dusver meenden over het volledige salaris van een in Duitsland wonende werknemer loonbelasting te kunnen inhouden, zal vanaf 1 januari 2026 moeten worden beoordeeld of Duitsland niet het heffingsrecht heeft.
Heb je vragen naar aanleiding van dit bericht of anderszins over de toepassing van een belastingverdrag, neem dan gerust contact met ons op.
