Wijzigingen voor HR in 2026

In een eerder nieuwsbericht zijn wij ingegaan op maatregelen voor de loonheffingen die zijn opgenomen in het Belastingplan 2026, te weten:

  • Geen bijtelling meer voor deelfietsen die niet of slechts incidenteel bij het woon- of verblijfplaats van de werknemer worden gestald.
  • De RVU-drempelvrijstelling blijft in stand, zij het dat het tarief van de pseudo-eindheffing wordt verhoogd van 52% naar 57,7% in 2026.
  • De extraterritoriale kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, worden versoberd.

Deze maatregelen zijn echter niet de enige veranderingen op het (snij)vlak van personeel en fiscaliteit die in 2026 gaan spelen. Wij hebben een aantal andere belangrijke wijzigingen samengevat, zodat je weet waarmee vanaf 1 januari 2026 of later in 2026 rekening moet worden gehouden:

  • De eerste belastingschijf daalt van 35,82% naar 35,70% (tot € 38.883). De tweede schijf stijgt van 37,48% naar 37,56%. Boven € 79.137 blijft het belastingtarief 49,50%.
  • Het maximumpremieloon wordt verhoogd van € 75.860 naar € 79.412 op jaarbasis per 1 januari 2026.
  • De werkgeversheffing Zvw daalt van 6,51% naar 6,10%.
  • De wet Verduidelijk beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (wet Vbar) zou per 1 juli 2026 in werking moeten treden.
  • Vanaf 1 januari 2026 vervalt het loonkostenvoordeel (LKV) voor oudere werknemers (56 jaar of ouder) die op of na 1 januari 2024 in dienst zijn getreden. Voor werknemers die zijn begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het LKV wel gewoon gelden.
  • Werkgevers mogen – als het wetsvoorstel daartoe wordt aangenomen – vanaf 1 januari 2026 de kosten van huisvesting niet meer inhouden op het minimumloon. Werkgevers kunnen huisvesting uiteraard wel blijven aanbieden, zij het dat de betaling anders vormgegeven moet worden.
  • De compensatieregeling voor een uitbetaalde transitievergoeding  na twee jaar ziekte gaat mogelijk alleen nog gelden voor kleine werkgevers. De verwachte ingangsdatum is 1 juli 2026.
Deel dit bericht via