Zzp’ers naar ACM en Nationale Ombudsman vanwege handhaven van Wet DBA

Op 18 juli 2025 berichtte BNR dat honderden zzp’ers naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Nationale Ombudsman stappen vanwege de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) door de Belastingdienst. Doordat sinds 1 januari 2025 de handhaving van de Wet DBA is hervat, zouden zzp’ers het aantal opdrachten zien dalen. De betreffende zzp’ers menen dat er te weinig naar het individu wordt gekeken en alle zzp’ers op een hoop worden gegooid. Ze zouden zich belemmerd voelen door de manier waarop de Belastingdienst controleert. Eerder plaatste ZiPconomy een bericht met dezelfde strekking.

Het lijkt ons, anders dan deze zzp’ers stellen, dat de wijze waarop vastgesteld moet worden of sprake is van een arbeidsovereenkomst zzp’ers niet hindert in hun ondernemerschap.

In het Participatieplaats-arrest van 6 november 2020 heeft de Hoge Raad aangegeven dat bij de kwalificatie van een (arbeids)overeenkomst de partijbedoelingen geen rol spelen. Bij de beoordeling of sprake is van een (arbeids)overeenkomst is dus niet van belang of partijen wel of niet bedoeld hebben een arbeidsovereenkomst te sluiten. Bij de vraag welke rechten en verplichtingen (inhoud) partijen zijn overeengekomen, spelen de partijbedoelingen wél een rol (Haviltex-maatstaf). Nadat met behulp van de Haviltex-maatstaf de overeengekomen rechten en verplichtingen zijn vastgesteld (uitleg), kan beoordeeld worden of de overeenkomst de kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst (kwalificatie). Kortom, een zzp’er kan menen dat hij niet in loondienst staat, maar als de feiten en omstandigheden waaronder hij de werkzaamheden verricht de kenmerken hebben van een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW is er toch sprake van een arbeidsovereenkomst. Wij verwachten niet dat de rechter deze wijze van beoordelen een belemmering in het ondernemerschap vindt.

Per 1 januari 2025 is dus het handhavingsmoratorium beëindigd. Waar de Belastingdienst de afgelopen jaren geen naheffing loonheffingen en/of correctieverplichting oplegde wanneer hij meende dat een arbeidsrelatie wél kwalificeert als een (fictieve) dienstbetrekking worden de correcties nu wel opgelegd. Een uitzondering gold in het verleden in de situatie dat partijen kwaadwillend waren. Dan werden er wel correcties opgelegd ondanks het handhavingsmoratorium. Het handhavingsmoratorium is ooit geïntroduceerd als een overgangsperiode tussen het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016 en de introductie van nieuwe wetgeving die het beoordelen of sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking eenvoudiger zou maken. Ondanks dat deze nieuwe wetgeving er nog niet is, is het handhavingsmoratorium wel afgeschaft.

Waar de zzp’ers misschien wel een punt kunnen hebben, is dus de toezegging van het kabinet dat er niet gehandhaafd zou worden zolang er geen nieuwe wetgeving is die verduidelijkt hoe  arbeidsrelaties moeten worden beoordeeld. Echter, later is het kabinet data gaan noemen waarop het handhavingsmoratorium zou aflopen. Zo werd in de Voortgangsbrief van 16 december 2022 aangekondigd dat het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 zou worden opgeheven. Nieuwe wetgeving komt er misschien eerst per 1 juli 2026 met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) en anders met het initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet. Het kabinet had zich dus al eerder ingedekt – tegen opgewekt vertrouwen – door einddata voor het handhavingsmoratorium aan te kondigen.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan gerust contact met ons op.

 

Deel dit bericht via